Onderzoeksraad voor Veiligheid: Meer aandacht voor vliegen over conflictgebieden

Luchtvaartmaatschappijen gaan wereldwijd bewuster om met de risico’s van vliegen over conflictgebieden. Dat blijkt uit het rapport ‘Vliegen over conflictgebieden – opvolging aanbevelingen MH17 Crash’ dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid vandaag heeft gepubliceerd. Sinds de crash van vlucht MH17 is het onderwerp opgenomen in de internationaal geldende standaarden en aanbevolen werkwijzen van luchtvaartorganisaties als ICAO en IATA. Er zijn handboeken gepubliceerd, die specifiek aandacht besteden aan het overvliegen van conflictgebieden. Ook is er meer en vaak betere informatie beschikbaar over conflictgebieden, die staten en luchtvaartmaatschappijen mee kunnen nemen in hun risicobeoordeling.

In het vandaag gepubliceerde onderzoek gaat de Raad in op de vraag welke veranderingen de betrokken partijen hebben doorgevoerd sinds de crash van vlucht MH17. Het opvolgingsonderzoek gaat niet in op de oorzaak en omstandigheden van de crash zelf.

Veiligheid luchtvaart

Het onderzoek laat zien dat er diverse maatregelen zijn genomen. Het effect hiervan op de veiligheid in de luchtvaart is moeilijk meetbaar. Wel heeft het onderwerp de aandacht van zowel luchtvaartmaatschappijen als staten, zij gaan bewuster om met de problematiek. Partijen gaan er niet meer op voorhand vanuit dat een opengesteld luchtruim boven een conflictgebied ook veilig is. Luchtvaartmaatschappijen analyseren op meer gestructureerde wijze de risico’s en onzekerheden, waarbij eerder tot een hogere inschaling van de risico’s wordt gekomen. Tevens zijn er vorderingen gemaakt met het delen van dreigingsinformatie. De als ‘hoog’ geclassificeerde risicogebieden, worden opgenomen in een door EASA gepubliceerd ‘Conflict Zone Information Bulletin’ die wereldwijd toegankelijk zijn voor luchtvaartmaatschappijen en passagiers.

In Nederland is een speciaal convenant opgesteld voor de uitwisseling van dreigingsinformatie tussen de Nederlandse overheid en Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Er zijn bijeenkomsten voor het bespreken van niet-openbare dreigingsinformatie. Hierdoor is een netwerk is ontstaan zodat ook in het geval van acute gevallen snel informatie kan worden uitgewisseld. Verder kunnen de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen met specifieke vragen terecht bij een hiervoor ingericht loket van de Nederlandse inlichtingendiensten.

Aandachtspunten

Uit dit opvolgingsonderzoek blijkt dat de afgelopen jaren belangrijke stappen zijn gezet om te komen tot betere beheersing van de risico’s die gepaard gaan met het vliegen over conflictgebieden. “Het is van belang dat de reeds geïmplementeerde veranderingen worden bestendigd en dat partijen de aangekondigde vervolgstappen zetten. Tegelijkertijd zijn er nog aandachtspunten voor Staten en de luchtvaartmaatschappijen. Het blijkt dat de afgelopen jaren nog nauwelijks iets veranderd is in het luchtruimbeheer door Staten die te maken hebben met een gewapend conflict op hun grondgebied. Verder hebben luchtvaartmaatschappijen behoefte aan informatie met meer diepgang om een goede risicobeoordeling te kunnen maken. Ook informatie over plotseling escalerende en/of nieuwe conflicten blijft een aandachtspunt. Hiervoor is de bereidheid en het vertrouwen om elkaar actief te informeren over (mogelijke) dreigingen essentieel. Dat is niet overal ter wereld vanzelfsprekend”, aldus de Onderzoeksraad.