Onderzoeksraad voor Veiligheid: Onvoldoende aandacht voor brandveiligheid staldieren

In Nederland zijn er per jaar gemiddeld 17 grote stalbranden met dierlijke slachtoffers. In de periode 2012 tot en met november 2020 stierven hierbij bijna 1,3 miljoen dieren. Het aantal dieren dat jaarlijks bij stalbranden omkomt neemt toe. Dit concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid vandaag in het rapport ‘Stalbranden’. De Onderzoeksraad vindt dat deze ontwikkeling, die gepaard gaat met veel dierenleed, moet worden gekeerd. De Onderzoeksraad constateert dat veestallen steeds groter worden, dit vergroot de kans dat bij een stalbrand zeer grote aantallen dieren om het leven komen.

Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid: “In de branche en bij de overheid is er te weinig aandacht voor de brandveiligheid van dieren in de steeds groter wordende stallen. De Nederlandse veehouderij dient zich op dat punt te verbeteren.”

Beperkt effect van initiatieven

De stalbranden waren in 2011 aanleiding voor de branche, de Dierenbescherming en verzekeraars om actieplannen op te stellen met het doel het aantal stalbranden en het dierenleed te verminderen. Deze actieplannen hebben niet het beoogde effect gehad. Het gemiddeld aantal dieren per jaar dat omkomt bij stalbranden is zelfs toegenomen. Naast deze vrijwillige initiatieven in de branche heeft de overheid in 2014 enkele brandveiligheidseisen wettelijk vastgelegd in het Bouwbesluit. De bouwregelgeving beperkt zich echter tot nieuwe stallen en stallen die vernieuwd worden. Voor het brandveiliger maken van de bestaande stallen is er nauwelijks wet- en regelgeving.

Risico’s schaalvergroting

De Onderzoeksraad acht het nodig om op een andere manier naar de veehouderij in Nederland te kijken. De brandveiligheidsrisico’s komen mede voort uit de manier waarop de dieren in de intensieve veehouderij worden gehuisvest: in grote aantallen in gesloten stallen zonder vluchtmogelijkheden. Grotere veehouderijen worden bovendien steeds meer uitgerust met technische installaties, die extra brandveiligheidsrisico’s opleveren. Dit vergt van veehouders meer deskundigheid op het gebied van veiligheidsmanagement zoals die bijvoorbeeld geldt in de industrie.

De overheid zal eisen moeten stellen aan de deskundigheid van ondernemers die aansluiten bij de schaal van de onderneming en de risico’s die zich voordoen. Dit is des te urgenter, omdat veehouders door toenemende schaalvergroting voor steeds meer dieren verantwoordelijk worden.

Brandveiligheid voor dieren verplichten

Het terugdringen van het aantal stalbranden vraagt een nieuwe, meer resultaatgerichte aanpak. De Onderzoeksraad doet aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de aanbeveling om hierin het voortouw te nemen. Dit kan door de veehouders een doel te stellen om het aantal stalbranden te verminderen en door maatregelen voor brandveiligheid van dieren wettelijk te verplichten.

 Aanbevelingen

De Onderzoeksraad voor Veiligheid doet de volgende aanbevelingen:

Aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit:

1. Stel, uitgaande van het belang van de veiligheid van landbouwhuisdieren, een ambitieus doel om het aantal dieren dat als gevolg van stalbranden om het leven komt, substantieel en structureel te verminderen. Stuur op continue verbetering van stalbrandveiligheid. Monitor de voortgang en effectiviteit van de aanpak en stuur bij als het resultaat achterblijft bij de doelstellingen.

Aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties:

2. Zorg voor adequate regelgeving én toezicht om het aantal dierlijke slachtoffers van stalbranden substantieel te verminderen. Dit heeft in elk geval betrekking op:

  1. Het creëren van een grondslag in de Wet dieren voor bescherming van landbouwhuisdieren tegen de gevaren van stalbranden. Brandveiligheid dient op grond van de wet een volwaardige positie te krijgen ten opzichte van andere waarden en belangen.
  2. Het stellen van eisen aan ondernemers in de veehouderij op het gebied van veiligheidsmanagement die aansluiten bij de schaal van de onderneming, de mate van technologisering en de risico’s die zich kunnen voordoen. Deze eisen moeten hoger liggen naarmate het aantal gehouden dieren groter is.
  3. Het brandveiliger maken van stallen waaronder:
    i.   Verplichte compartimentering van de technische ruimte van bestaande veestallen.
    ii.  Jaarlijkse inspectie van stallen op brandveiligheid, waaronder een elektrakeuring volgens de best beschikbare norm.
    iii. Een maximumnorm voor het aantal dieren per brandcompartiment in nieuw te bouwen en te verbouwen veestallen.

3. Bevorder onderzoek naar en toepassing van maatregelen die de overlevingskans van landbouwhuisdieren bij een stalbrand vergroten.

4. Voorkom – samen met andere betrokken ministeries – dat wettelijke eisen op andere beleidsterreinen tot gevolg hebben dat de brandveiligheid voor landbouwhuisdieren vermindert.

Aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, LTO Nederland en het Verbond van Verzekeraars:

5. Breng in kaart welke technologische innovaties en bedrijfsmatige ontwikkelingen de stalbrandveiligheid kunnen verslechteren en zorg voor passende beheersmaatregelen.

Aan het Veiligheidsberaad en het Verbond van Verzekeraars:

6. Verdiep de onderzoeken naar en analyses van stalbranden en benut de opgedane kennis voor het terugdringen van het aantal landbouwhuisdieren dat omkomt door stalbrand. Hierbij moeten in elk geval de volgende onderwerpen aandacht krijgen:

  1. Brandoorzaak en het brandverloop.
  2. Werking van brandveiligheidsmaatregelen.
  3. Factoren en omstandigheden die de overlevingskansen van dieren hebben vergroot.

Bekijk hier de volledige onderzoekspagina, met daarop het rapport, de aanbevelingen en de animatie