IPCC: ongeëvenaarde klimaatverandering leidt tot fors meer weersextremen

De snelheid waarmee het klimaat verandert, is niet eerder voorgekomen in ten minste tweeduizend jaar en mogelijk nog veel langer. Daarbij dreigen sommige aspecten van klimaatverandering onomkeerbaar te worden voor een periode van eeuwen of zelfs duizenden jaren, zoals het stijgen van de zeespiegel. Zonder drastische maatregelen moet de wereld zich opmaken voor fors grotere weersextremen.Dat blijkt uit het nieuwste rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Een paar honderd klimaatwetenschappers uit 66 landen hebben er jarenlang aan meegewerkt. Het dient als basis voor klimaatbeleid van regeringen wereldwijd, en komt vlak voor de mondiale politieke klimaattop van komend najaar in Glasgow.

Sinds het vorige reguliere IPCC-rapport in 2013 is de kennis over het klimaat flink toegenomen. Duidelijk is volgens de klimaatwetenschappers dat de opwarming van de aarde al tot grote veranderingen heeft geleid: in de atmosfeer, op land en in de oceanen.De opwarming heeft effect op weersextremen en het bewijs daarvoor is volgens het IPCC sterker dan bij het vorige rapport. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om hittegolven, hevige regenval, extreme droogte en tropische cyclonen. Ook meldt het rapport dat oceanen in een ongekend hoog tempo opwarmen.

Ingrijpende maatregelen

De afgelopen twee weken is door regeringsdelegaties uit de hele wereld woord voor woord ingestemd met een samenvatting van het IPCC-rapport. Wetenschappers hadden hierbij voortdurend een vetorecht, als het veel uitgebreidere onderliggende rapport – dat duizenden pagina’s telt – naar hun idee geweld werd aangedaan. Deze gang van zaken is altijd hetzelfde. De gedachte is dat landen het rapport hierdoor zullen omarmen en als uitgangspunt nemen voor hun klimaatbeleid.

Als de aarde verder opwarmt, leidt dat tot nog grotere veranderingen in het klimaat. Dat betekent vooral:

  • Intensere en frequentere hittegolven
  • Meer hittegolven in de oceanen
  • Meer en vaker zware regen
  • Vaker droogte
  • Meer zware tropische cyclonen
  • Steeds minder ijs op de Noordpool
  • Afname van de permafrost

De aarde is sinds het pre-industriële tijdperk met iets meer dan één graad opgewarmd. Sowieso zal de opwarming volgens het rapport nog tot midden deze eeuw doorgaan, zelfs als het lukt om de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen drastisch te beperken. Alleen als er nu snel ingrijpende en grootschalige maatregelen worden genomen, is een beperking tot 1,5 of twee graden opwarming nog mogelijk, stelt het IPCC.

Impact Nederland

Voor Nederland zijn vooral de inzichten over zeespiegelstijging belangrijk. Die gaat wereldwijd steeds sneller. Ging het tussen 1901 en 1971 per jaar om 1,3 millimeter, daarna tot 2006 werd dit 1,9 en vervolgens nam de stijging toe tot 3,7 mm per jaar (tot 2018).Daarmee gaat de zeespiegelstijging nu hoogstwaarschijnlijk sneller dan ooit in ten minste de afgelopen drieduizend jaar. Hoeveel meer dit wordt in de toekomst, hangt vooral af van hoe gauw het gaat lukken om de uitstoot te laten dalen. Uit scenario’s blijkt dat de gemiddelde zeespiegelstijging eind deze eeuw varieert tussen enkele decimeters tot iets meer dan een meter (1,01 m). Het VN-klimaatpanel IPCC publiceert om de zoveel jaar een lijvig rapport in drie delen, de vorige keer was in 2013. Dit eerste deel bevat de natuurwetenschappelijke basis over klimaatverandering. Volgend jaar verschijnen deel twee en drie, over de gevolgen van klimaatverandering, en over de mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk terug te brengen.

Stijging zeespiegel

Als alles tegenzit en de uitstoot van broeikasgassen blijft hoog, dan stijgt de zeespiegel daarna door. In het jaar 2100 kan het dan maxi zeespiegelmaal twee meter zijn, in 2150 vijf meter. Maar, stelt het rapport, ook een nog veel hogere zeespiegelstijging is mogelijk “in een scenario met zeer hoge broeikasgasemissies”. Dit scenario tegen twee meter eind deze eeuw, vijf meter in 2150 en vijftien meter in 2300 is niet erg betrouwbaar, maar “kan niet worden uitgesloten vanwege de grote onzekerheid in ijskapprocessen”.

Bronnen IPCC en NOS