ASR komt met ‘Vlieg Veilig app’ voor drones

0

 

Na de ‘Veilig Rijden App’ heeft verzekeraar ASR nu ook  de ‘Vlieg Veilig app’ gelanceerd, die een real-time inzicht geeft waar je mag vliegen met een drone.   Ook houdt de app de gebruiker op de hoogte van de geldende wet- en regelgeving voor het vliegen met drones. “Met deze app verbeteren we samen de veiligheid van het luchtruim en proberen we incidenten te voorkomen”, aldus ASR.

Een kaart op de app toont ook alle No Fly Zones en de daarvoor geldende beperkingen. Door middel van de checklist hebben de gebruikers  bovendien alle geldende wet- en regelgeving bij de hand zodat zij veilige en verantwoorde vluchten kunnen uitvoeren. ASR benadrukt dat zij met de app geen ander doel heeft  dan samen de veiligheid van het luchtruim te verbeteren en incidenten te voorkomen. “Dus: we slaan geen data op, volgen de gebruikers niet en kunnen de app op geen enkele wijze koppelen aan je premie of verzekering bij a.s.r.

 

.

 

W.A. Hienfeld opnieuw winnaar ‘Aon Claims Award’: Schadebehandeling en klantfocus hoger op de agenda van verzekeraars

W.A. Hienfeld, het in Diemen gevestigde assuradeurenbedrijf, is net als twee jaar geleden de winnaar geworden van de ‘Aon Claims Award 2016’. Zo’n 130 schadebehandelaars van Aon beoordeelden de schadebehandeling van Hienfeld andermaal als de beste op de onderdelen professionaliteit/algemene kennis, snelheid van communiceren en betalen en klantgerichtheid. Ruim 20 verzekeraars dongen dit jaar mee naar de award.  Tijdens een drukbezochte bijeenkomst op het hoofdkantoor van Aon in Rotterdam reikte Rob de Bruin, managing director Claims bij Aon, de award uit aan Frank Heijselaar, adjunct-directeur Schade bij W.A. Hienfeld.

De Bruin: “Uit de inventarisatie onder de schadebehandelaars van Aon blijkt dat Hienfeld de organisatie perfect op orde heeft, een dagverwerking voor de behandeling van schades kent en het schadeproces op een klantgerichte en -vriendelijke manier aanstuurt.” Op zijn beurt bedankte Heijselaar zijn collega’s van de – in totaal dertien medewerkers tellende – schadeafdeling en de volmachtgevers voor het in Hienfeld gestelde vertrouwen. Ook zei hij ‘superblij’ te zijn met het opnieuw winnen van de award. “Ik had er wel op gehoopt, maar het eerlijk gezegd niet verwacht”, aldus Heijselaar, die de snelheid van afhandeling, de communicatie met klanten en opdrachtgevers en de ruime ervaring als sterke punten van zijn afdeling noemt. “Meer dan de helft van onze schadebehandelaars werkt al meer dan twintig jaar bij ons.”

Permanente inventarisaties

Aon beoogt met de jaarlijkse uitreiking van de ‘Claims Award’ – en het daaraan voorafgaande performance-onderzoek bij verzekeraars – primair de klanttevredenheid te verhogen en de kwaliteit van de schadeafwikkeling verder te verbeteren. “Dat doen we door middel van een periodieke monitoring van de schadeafwikkeling in verzekeraarshuizen, een jaarlijkse terugkoppeling van de uitkomsten aan de betrokken verzekeraars en door de resultaten van onze permanente inventarisaties mee te nemen in de advisering aan de klant”, aldus De Bruin.

 

Aon heeft de Claims Award inmiddels vijf keer uitgereikt: W.A. Hienfeld won de award in 2014 en 2016 en ook Zurich won twee keer (in 2011 en 2013). De eerste editie van de Aon Claims Award werd in 2010 gewonnen door Chartis (nu AIG). Leuk detail is dat het schadeonderzoek inmiddels wereldwijd navolging heeft gekregen, zodat de schadeafhandeling van alle verzekeraars door de in totaal 1.400 schadebehandelaars op dezelfde wijze worden beoordeeld.

 

Altijd streven naar verbetering

Uit de inventarisatie onder Aon’s schadebehandelaars kan volgens De Bruin onder meer de conclusie worden getrokken dat de aandacht in verzekeraarshuizen voor schadebehandeling en klantbeleving is toegenomen. “Die punten staan duidelijk hoger op de agenda dan enkele jaren geleden en dat komt onder meer tot uiting in een snellere schadeafwikkeling en een betere onderlinge communicatie, vooral ook bij problemen en geschillen, en een meer oplossingsgerichte in- en opstelling. Er zijn minder probleemdossiers en die probleemgevallen die er zijn, worden beter en sneller aangepakt. Kortom, er is sprake van een verbetering, al kan het natuurlijk altijd nóg beter.”

Bij de foto: Frank Heijselaar, adjunct-directeur Schade bij W.A. Hienfeld ontvangt Aon Claims Award uit handen van Rob de Bruin, managing director Claims bij Aon

Afvalbranche zet gezamenlijk schouders onder het voorkomen van branden

Leden van de Vereniging Afvalbedrijven slaan de handen ineen om het aantal branden in de sector terug te dringen. “De bedrijven voldoen aan de wettelijke brandveiligheidseisen, maar willen een stapje verder zetten. Met interne audits gaan de bedrijven de komende maanden van elkaar leren over brandpreventie. Ook met het aanbieden van een lijst van effectieve maatregelen en het jaarlijks registreren van branden bij haar leden, wil de Vereniging Afvalbedrijven de bewustwording van brandveiligheid in de sector verder verhogen”, meldt de branche- en beroepsorganisatie op de eigen website: www.verenigingafvalbedrijven.nl.
Afval in opslag is gevoelig voor broei, waardoor risico op brand ontstaat. Vooral in de zomer maakt dit de kans op branden groot. Ook ontvlambare materialen in het afval, zoals matrassen en lithiumbatterijen, kunnen het brandrisico vergroten. “Alertheid en snel handelen zijn belangrijk om een brand te voorkomen of de gevolgen zo veel mogelijk te beperken. Onze leden werken hard aan het vergroten van de brandveiligheid. De bedrijven treffen preventieve maatregelen zoals het gebruik van sprinklers en bluskanonnen, en opslag van afval in verschillende compartimenten. Verder helpen organisatorische maatregelen zoals kleinere voorraden, het afval niet te lang laten liggen en acceptatiecontrole bij binnenkomst van het afval. Ook inspectierondes, speciale trainingen van personeel en het voorlichten van klanten zijn effectieve maatregelen die bedrijven treffen”, aldus de Vereniging Afvalbedrijven.

Hoog op de agenda

Vereniging Afvalbedrijven en haar leden hebben brandpreventie al geruime tijd hoog op de agenda staan. Een werkgroep van enkele leden heeft zich verdiept in de oorzaken, wat nog meer gedaan kan worden en wat de bedrijven van elkaar kunnen leren. Een van de resultaten is een factsheet met effectieve maatregelen om het risico op brand verder terug te dringen. Een ander initiatief is een intern brandbeveiligingsonderzoek waarbij bedrijven bij elkaar in de keuken kijken. Zo’n 15 à 20 leden onderwerpen elkaar aan een kritische inspectie en adviseren elkaar over punten waar het beter of anders kan. Naast deze interne audits is de jaarlijkse ongevallenenquête onder leden van de Vereniging Afvalbedrijven uitgebreid met een inventarisatie van branden. Hiermee wordt meer kennis vergaard over oorzaak en bestrijding van branden. Directeur Dick Hoogendoorn: “Met de interne audits en het delen van kennis en ervaringen met branden kunnen de bedrijven veel van elkaar leren. De aandacht voor brandpreventie mag nooit verslappen.”

De leden van de Vereniging Afvalbedrijven nemen hun verantwoordelijkheid om branden zoveel mogelijk te voorkomen. Maar dat kunnen zij volgens hun vereniging niet alleen. “Als alle partijen in de keten hieraan meewerken, heeft brandpreventie de grootste kans van slagen. Leveranciers moeten alert zijn op de brandveiligheid van het afval dat zij aanleveren. De sector helpt hen daarbij. De bedrijven informeren hun klanten over wat wel en niet in een bepaalde afvalstroom mag en geven een terugkoppeling als ongewenste materialen zijn aangetroffen. Van de overheid verwacht de sector dat zij het gelijke speelveld voor brandveiligheid borgt, door het stellen van heldere kaders en gerichte handhaving. Ook met financiële middelen kan de overheid een belangrijke rol spelen. Bijvoorbeeld bij het stimuleren van de matrasrecycling in Nederland. Door matrassen gescheiden van ander afval in te zamelen en op te slaan, neemt het risico op branden sterk af.”

PractiZorg breidt werkgebied uit

Zorgbemiddelaar PractiZorg, het bedrijf van Martijn van Driel dat sinds vorig jaar september praktische hulp biedt in en om het huis, zorg & verpleging, tijdelijke hulpmiddelen en mobiliteitsoplossingen aan cliënten door heel Nederland, breidt zijn werkgebied uit Tot nu toe richtte het bedrijf zich uitsluitend op de letselschadebranche; in de komende maanden wordt het werkgebied stap voor stap uitgebreid.

Van Driel: “De missie van PractiZorg is om op een no-nonsense manier hulp te bieden aan mensen die dat zelf moeilijk kunnen organiseren. Er is behoefte aan deze dienstverlening in de letselschadebranche, maar ook daarbuiten. Ook als gevolg van andere oorzaken dan een ongeval kan een urgente hulpbehoefte ontstaan, waarbij PractiZorg toegevoegde waarde kan bieden. In samenwerking met bijvoorbeeld zorg- en ongevallenverzekeraars, werkgevers, arbodiensten, gemeenten en zorginstellingen zal PractiZorg haar dienstverlening breder inzetten, om meer cliënten te kunnen helpen. In bepaalde gevallen zal dat plaatsvinden onder het label van een samenwerkingspartner of een label dat aansluit bij de betreffende branche.”

De verbreding van het werkgebied heeft geen invloed op de manier waarop PractiZorg werkt in de letselschadebranche, benadrukt Van Driel. “Het doel van de beoogde uitbreiding van het werkgebied is om groei en doorontwikkeling te realiseren. De verwachting is dat PractiZorg over een jaar meer cliënten helpt buiten dan binnen de letselbranche.”

Inbraken in studentenwoningen in zomer groot probleem; het LSVb en CCV lanceren voorlichtingscampagne

Inbraken in studentenwoningen vormen ’s zomers een groot probleem. Jaarlijks wordt er honderden keren ingebroken in studentenwoningen, melden de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en het CCV. Daarom ontwikkelden zij samen een voorlichtingscampagne die afgelopen woensdag (5 juli jl.) werd gelanceerd. Het probleem kan volgens beide organisaties worden voorkomen als studenten zich meer bewust zijn van de risico’s. De nieuwe informatiecampagne gaat nét voor de zomervakantie van start.

Tariq Sewbaransingh, voorzitter van de LSVb: “Zeker ’s zomers laten veel studenten hun deuren of ramen open. Dat maakt inbreken gemakkelijk. Met deze campagne lichten we studenten daarover voor.” CCV-adviseur Annemiek Regter vult aan: “De kracht van deze voorlichtingsactie is dat studenten hebben meegedacht in het concept en nu zelf andere studenten aanspreken.”

Ludieke insteek

Om de aandacht van de uitwonende studenten te trekken om een aantal grote studentensteden: Amsterdam, Groningen, Leiden, Utrecht en Zwolle is voor een ludieke insteek gekozen met als slogan: ‘Een vluggertje in slechts 30 seconden? Een inbreker kan het!’  Het LSVb en het CCV vragen studenten daar om alert te zijn. “De boodschap is eenvoudig: doe je (kamer)deur goed op slot en laat geen waardevolle spullen in het zicht liggen. Want een vluggertje van een inbreker wil niemand.”

Landelijke cijfers van het aantal inbraken en insluipingen in studentenkamers en studentenhuizen zijn moeilijk te achterhalen. Immers, niet alle studentenwoningen zijn als dusdanig bij de gemeenten geregistreerd. En niet alle studenten doen na inbraak aangifte bij de politie. Bovendien kan de registratie per politieteam en gemeente uiteenlopen. Wel krijgt het CCV diverse signalen dat woninginbraak in studentenwoningen veelvuldig voorkomen en een probleem vormen.

Meldpunten

Recent richtten de lokale studentenvakbonden VIDIUS (Utrecht) en ASVA (Amsterdam) meldpunten op waar melding kan worden gemaakt van inbraak in de studentenwoning. Ook vroeg de LSVb criminaliteitscijfers op bij de politie. Uit de gegevens van de meldpunten en de politie blijkt dat vooral in de zomer inbraken in de studentencomplexen een probleem is. Met deze campagne hopen de bonden en het CCV dit probleem een halt toe te roepen. Diverse studentengemeenten, zoals Groningen, Zwolle en Leiden, en wijkagenten van lokale politieteams ondersteunen de actie. Partijen die studenten willen voorlichten over inbraakpreventie, kunnen hierover nadere informatie verkrijgen op de website van het CCV: www.hetccv.nl.

RIVM: Analyse van 13 recente incidenten met gevaarlijke stoffen

Het RIVM analyseert jaarlijks incidenten met gevaarlijke stoffen bij grote chemische bedrijven. De analyse van 2016-2017 omvat dertien incidenten. Het betreft incidenten waarvan de Inspectie SZW in het afgelopen jaar het incidentonderzoek heeft afgerond. Bij alle dertien incidenten zijn gevaarlijke stoffen vrijgekomen. In drie gevallen heeft dit geleid tot een brand en bij acht incidenten zijn gevaarlijke gassen of dampen verspreid naar de omgeving. In twee gevallen bleef de impact beperkt tot de directe omgeving van het incident. Drie gewonden hebben lichamelijk letsel opgelopen, vermoedelijk van herstelbare aard.

De directe oorzaken van de incidenten waren vooral overdruk (9 van de 13) in een installatie of van een verkeerde menselijke handeling en menselijke fouten. Bij elf incidenten waren achterliggende werkprocedures niet goed op orde of werden ze niet goed uitgevoerd. Het RIVM analyseert jaarlijks de incidenten van de Inspectie SZW. De informatie uit dit onderzoek kan door de Inspectie SZW gebruikt worden voor de inspectie- en handhavingsstrategie. Bedrijven kunnen de inzichten gebruiken voor het verbeteren van het veiligheidsbeleid.

Bedrijven moeten productieprocessen en bijbehorende werkzaamheden veilig uitvoeren. Bij de dertien incidenten was sprake van uiteenlopende tekortkomingen hierin. De maatregelen die deze tekortkomingen hadden moeten voorkómen, ontbraken, waren niet meer functioneel of werden niet goed toegepast. Vervolgens zijn de tekortkomingen niet tijdig ontdekt omdat een controlemiddel ontbrak of niet goed werd gebruikt. Bij elf incidenten waren achterliggende werkprocedures niet goed op orde of werden ze niet goed uitgevoerd. Bij andere organisatievereisten zoals alertheid voor gevaren, competentie van het personeel en geschiktheid van materiaal ging het minder vaak mis.

Deze jaarlijkse rapportage maakt deel uit van een meerjarige opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om incidenten te analyseren die door de Directie Major Hazard Control (MHC) van de Inspectie SZW zijn onderzocht. De Directie MHC richt zich op de veiligheid van het personeel van grote chemische bedrijven. De bevindingen van deze analyse kunnen gebruikt worden voor de inspectie- en handhavingsstrategieën. Bedrijven kunnen de inzichten gebruiken om hun veiligheidsbeleid te verbeteren.

Conclusies

Het onderzoek van incidenten levert  volgens de RIVM veel informatie op waar overheden en bedrijven lessen uit kunnen trekken. De belangrijkste bevindingen voor de dertien incidenten die in het afgelopen jaar onderzocht en geanalyseerd zijn:

De directe oorzaken zijn vooral overdruk en menselijke fouten.                                                                                                                  De directe oorzaak betrof voornamelijk overdruk (zes keer) en menselijke fouten tijdens gebruik, wijziging of onderhoud (vier keer);

Preventieve maatregelen voor veilige procesvoering: vaak niet goed onderhouden.                                                                  Er zijn maatregelen getroffen voor het veilig beheersen van processen maar deze zijn door ontwikkelingen in de tijd niet meer effectief. Bijvoorbeeld het overbruggen van een klep of het gebruik van verkeerde bouten. Naast het verschaffen van maatregelen verdient daarom ook het in stand houden van die maatregelen aandacht;

Preventieve maatregelen voor herstel bij afwijkingen: vaak geen indicatie van de afwijking                                                                                        Ontstane afwijkingen ten opzichte van de veilige procesvoering moeten tijdig worden hersteld. We zien echter dat er relatief vaak geen signaal/indicatie van de afwijking is. Daardoor worden er geen verdere acties ondernomen om de installatie in een veilige toestand terug te brengen;

Repressieve maatregelen: vaak geen beperking van de uitstroming                                                                                                          Bij relatief veel incidenten werd de uitstroming niet beperkt. De veiligheid kan vergroot worden met maatregelen zoals lekdetectie en automatische isolatie van insluitsystemen;

Achterliggende oorzaken: gebreken in (het juiste gebruik van) plannen en procedures                                                       Falende maatregelen hebben vaak betrekking op tekortkomingen in plannen en procedures of in het juiste gebruik daarvan. Tekortkomingen in andere achterliggende organisatievereisten zoals competentie van het personeel, geschiktheid van het materiaal en (afwezigheid van) tegenstrijdige belangen tussen productie en veiligheid kwamen minder vaak voor;

VBS elementen: opvallend vaak ‘de manier van handelen bij wijzigingen’                                                                                   Bij vijf van de dertien incidenten droeg een verkeerde manier van handelen bij wijzigingen (‘management of change’) bij aan het ontstaan van het ongeval. Onderdeel iv van het Veiligheidsbeheerssysteem (VBS) heeft tot doel dat organisaties adequaat handelen bij wijzigingen op technisch of organisatorisch vlak;

Relatief veel incidenten bij verbindingen, flenzen en afsluiters                                                                                                             Er zijn geen specifieke installaties en ook geen specifieke bedrijfsfasen die er wat betreft aantal incidenten duidelijk uitspringen. Wel blijkt dat een groot deel (9/13) van de incidenten ontstaat bij verbindingen, flenzen en afsluiters;

Sommige materiële oorzaken zijn niet opgenomen in de Rrzo                                                                                                   In de Regeling risico’s zware ongevallen (Rrzo) 2016 worden twee directe oorzaken genoemd die betrekking hebben op de toestand van het materiaal, namelijk corrosie en erosie. Vergelijkbare materiële oorzaken, zoals kruip, slijtage, vermoeiing en verbrossing, worden in de Rrzo niet als mogelijke directe aanleiding genoemd. Overwogen kan worden om het algemene begrip ‘materiële degradatie’ toe te voegen aan de Rrzo. Eventueel kunnen corrosie en erosie dan komen te vervallen;

Relatief veel incidenten bij hoge drempel-inrichtingen                                                                                                                          Elf van de twaalf incidenten bij Brzo-inrichtingen waren hoge drempel-inrichtingen. Dit aantal is opvallend hoog vergeleken met het totale aandeel van hoge drempel inrichtingen in Nederland (65%);

Relatief veel zware incidenten met ontvlambare gassen                                                                                                                                    De zes incidenten die op basis van vrijgekomen hoeveelheden MARS-meldingsplichtig waren, hadden alle betrekking op het vrijkomen van ontvlambare stoffen. Vier daarvan betroffen ontvlambare gassen die volgens Europese richtlijn zijn ingedeeld in de zwaarste gevarencategorie.

016 and overall growth outlook remains positive, latest Swiss Re Institute sigma study says

• Global insurance premiums increased by 3.1% in 2016; down from 4.3% growth in 2015. • Life premium growth slowed to 2.5% and non-life to 3.7% in 2016, due to weaker performance in advanced markets • Profitability in the life and non-life sectors weakened amid low interest rates and robust competition  • Life and non-life premiums in China grew very strongly, but many other emerging markets were in slowdown mode • Emerging markets to continue to drive global premium growth; stronger activity in advanced economies to boost non-life sector • Special chapter says digital distribution in insurance is growing, but agents and brokers will continue to play an important role

 

Zurich, 5 July 2017 – Global insurance premiums increased by 3.1% in real terms in 2016,1 a fairly solid outcome in an environment of moderate global economic growth, Swiss Re Institute’s latest sigma report says. The main cause of the weaker global premium development compared to 2015 were the advanced economies but growth in many emerging markets – excluding China – slowed also. Global life premium growth slowed to 2.5% in 2016 from 4.4% in 2015 as advanced market premiums contracted, while life premiums in the emerging regions together grew by more than double the long-term average. On the non-life side, global premiums grew 3.7% in 2016, reflecting relatively solid expansion among the emerging countries and another exceptional performance in China. The emerging markets will likely fuel improvement in life premiums in the coming years, with China and India being the main growth drivers. Non-life premium growth is expected to remain moderate, with stronger economic activity in the advanced markets supporting momentum.

1 All growth figures are in real terms, ie adjusted for local inflation, unless stated otherwise.

 

 

2

Total direct insurance premiums written grew by 3.1% in real terms in 2016, down from 4.3% growth in 2015. The increase in 2016 came despite global economic growth – a key driver of insurance demand – of just 2.5%. In nominal USD terms, global insurance premiums were up 2.9%. Nominal growth was lower than real due to currency depreciations, particularly in the UK and some emerging countries.

The China growth engine steams ahead, in life and non-life sectors  Global direct life insurance premiums totalled USD 2 617 billion in 2016, up 2.5% in real terms. This was slower than the 4.4% expansion in 2015 but still above the 10-year average of 1.1% growth. Emerging markets remained the main source of global growth, with premiums up 17%, more than twice the 10-year average of 8.4%, and primarily driven by rapid growth in China. “The life sector in China is growing very rapidly,” says Kurt Karl, Chief Economist at Swiss Re. “Sales of traditional life products were very strong in 2016, benefitting from further liberalisation of interest rates and government efforts to encourage growth of protection products.”

 

Excluding China, overall emerging market life premium growth was significantly lower but still a hearty 5.7%, driven by gains in India, Indonesia and Vietnam. It was a different story in the advanced markets, where premiums contracted by 0.5% in 2016, extending a 10-year period of stagnation in premium development.

In non-life, global premiums grew by 3.7% in 2016, down from the 4.2% gain in 2015 but more than the 10-year average of 2.0%. Once again, premium growth in the emerging markets was solid at 9.6%, above the 10year average of 8.3%. However, the emerging market outcome was heavily skewed by China, where non-life premiums were up 20%.

 

 

 

3

A surge in demand for health insurance and sustained but slowing demand in motor insurance underpinned non-life premiums in China. Excluding China, emerging market premiums overall increased by just 1.7%. Non-life premium growth in the advanced markets slowed to 2.3% in 2016 (2015: 3.3%), but that was well above the 10-year average of 1.0%. Growth weakened in all major advanced regions (except Oceania) due to lower economic growth and softer rates.

China is the world’s number three insurance market In 2000, China was the 16th largest market globally in terms of total insurance premiums written. By 2016, it was the world’s third largest market with USD 466 billion in total premiums, not much smaller than the second largest market, Japan (USD 471 billion), but still much smaller than the US (USD 1.35 trillion). The interactive infographic below tracks China’s development to its position as world number 3, which it has held since 2015.

 

 

In life insurance, China was the most important source of premium growth in 2016. It contributed 2.4 percentage points (ppt) of the global 2.5% growth in sector premiums last year. All other markets combined were responsible for the remaining 0.1 ppt (see Figure 3). In non-life, regional/country contributions were more balanced. For example, despite much stronger premium growth rates in China in 2016, the advanced markets continued to play a major role in the global market. Together, North America and Western Europe contributed 1.8 ppt of the 3.7% growth in global sector, and China 1.7 ppt.

 

 

 

 

 

4

 

 

Low interest rates continue to pressure profits With still low interest rates, profitability in the insurance industry remains under pressure, and return on equity (ROE) declined in both sectors in 2016. In life, moderate premium growth in many markets also dragged on profitability, while the non-life sector was further impacted by lower underwriting results. In the US, the non-life sector experienced its first underwriting loss in four years, driven by higher catastrophe losses and lower releases from prior-year loss reserves. Despite pressure on profits, however, both the life and non-life insurance sectors remain well capitalised.

Premium growth likely to improve, but profits to remain under pressure Global life premium growth is expected to improve in the coming years, mainly driven by the emerging markets, in particular China and India. Advanced markets should also grow, but only moderately. While North America is expected to outperform Western Europe, growth will likely be highest in advanced Asia. Growth in global non-life is expected to remain moderate, with stronger activity in the advanced economies lending support. Premium growth is expected to improve in North America and advanced Asia, but remain flat in Western Europe and Oceania. Emerging markets are likely to grow robustly but at a slower pace than in the recent past. There will be healthy growth in China and to a lesser extent in India.

Managing legacy savings business with embedded guarantees will remain a major challenge for life insurers’ profitability in the coming years. Historicallylow interest rates are likely to persist and limit the ability to offer attractive savings products to boost new business. Life insurers will continue to reorientate their business models and shift their focus from traditional savings to life protection products, but it will be a while before these measures have an impact. The profitability of non-life insurers is expected to remain pressured given still-low investment returns, and as underwriting results are impacted by the continued soft market conditions and dwindling reserve releases.

 

 

 

5

Digital distribution continues to grow; intermediaries are here to stay This sigma includes a special chapter on developments in digital distribution in insurance. There has been a proliferation of direct digital distribution channels in recent years, in some markets. At the same time, the share of traditionally intermediated insurance business remains dominant globally. The digitalisation of insurance distribution is set to continue, but the pace of change will vary across markets. Digital channels will ultimately be used throughout the distribution process, from information gathering to purchase completion to after-sales service. But not all insurance transactions will migrate to online, and intermediaries will continue to play an important role.

 

Notes to editors

Swiss Re The Swiss Re Group is a leading wholesale provider of reinsurance, insurance and other insurance-based forms of risk transfer. Dealing direct and working through brokers, its global client base consists of insurance companies, mid-to-large-sized corporations and public sector clients. From standard products to tailor-made coverage across all lines of business, Swiss Re deploys its capital strength, expertise and innovation power to enable the risk-taking upon which enterprise and progress in society depend. Founded in Zurich, Switzerland, in 1863, Swiss Re serves clients through a network of around 80 offices globally and is rated “AA-” by Standard & Poor’s, “Aa3” by Moody’s and “A+” by A.M. Best. Registered shares in the Swiss Re Group holding company, Swiss Re Ltd, are listed in accordance with the International Reporting Standard on the SIX Swiss Exchange and trade under the symbol SREN. For more information about Swiss Re Group, please visit: www.swissre.com or follow us on Twitter @SwissRe.

 

Accessing data by sigma: The data from the study can be accessed and visualised at www.sigma-explorer.com. This mobile enable web-application allows users to create charts, share them via social media and export them as standard graphic files.

 

How to order this sigma study: The English, German, French, and Spanish versions of the sigma No 3 /2017, World insurance in 2016: the China growth engine steams ahead are available electronically on Swiss Re’s website: www.swissre.com/sigma

 

Printed editions of sigma No 3/2017 in English, German, French and Spanish are available.  The printed versions in Chinese and Japanese will be available in the near future. Please send your orders, complete with your full postal address, to sigma@swissre.com

 

 

Dag Jan,

 

Wellicht interessant nieuwsbericht om te delen.

 

Professor Joop Halman en vice-voorzitter van GvRM tekenen een samenwerking voor het organiseren van het Risk & Resilience Festival.

 

 

Wat: Risk & Resilience Festival 2017
Thema: High Tech Human Touch
Wanneer: 9 november 2017
Doel: Op deze dag brengen we onderzoek, kennis, inzichten en ervaringen op het gebied van risk & resilience bij elkaar.
Organisatie: Universiteit Twente & Genootschap voor Risicomanagement

https://www.utwente.nl/onderwijs/professional-learning-and-development/executive_opleidingen/master-risicomanagement/Evenementen/risk-and-resilience-festival/.11

Laat een reactie achter