Allianz: bouwbedrijven wachten na corona robuuste groei en ‘nieuwe soorten’ risico’s

De mondiale bouwsector kan zich na corona opmaken voor een aanhoudende periode van sterke groei. Deze komt voort uit overheidsinvesteringen in infrastructuur en uit de transitie naar een energieneutrale maatschappij. Wel zullen de overstap naar duurzamere gebouwen en infrastructuur, de opschaling van schone-energiefaciliteiten en de implementatie van moderne bouwmethoden zorgen voor een transformatie van het risicolandschap, waarbij er radicale veranderingen zullen plaatsvinden in ontwerpen, materialen en processen. Deze uitdagingen komen bovenop de momenteel zwaar belaste supply chains, de tekorten aan materialen en arbeidskrachten en de hogere kosten. Dit alles tegen de achtergrond van de krappe marges die er in de branche jarenlang zijn geweest. In een nieuw rapport van Allianz Global Corporate & Specialty (AGCS), Construction risk after Covid, worden de acute en de langetermijn-risicotrends voor de bouwsector onderzocht.

“Covid-19 heeft een nieuw tijdperk voor de bouwindustrie ingeluid”, aldus Yann Dreyer, Global Practice Group Leader for Construction in het internationale Energy & Construction-team van AGCS. “Bouwprojecten zijn tijdens de pandemie doorgegaan en er komt nog meer groei aan, maar de algehele randvoorwaarden zijn fundamenteel veranderd. De industrie ziet zich geconfronteerd met nieuwe uitdagingen, zoals een volatiele supply chain en torenhoge materiaalkosten, tekorten aan geschoolde arbeidskrachten en een grotere focus op duurzaamheid. Daarnaast kan de versnelde implementatie van kostenbesparingsstrategieën en van nieuwe technologieën en ontwerpen zorgen voor een snellere toename van risico’s, zowel voor bouwbedrijven als voor verzekeraars. Een doorlopende risicomonitoring en een doorlopend risicomanagement worden essentieel. Samen met onze cliënten helpen wij bij het managen van deze uitdagingen. AGCS zet zich in voor de bouwindustrie omdat het een essentiële sector is voor onze groei-initiatieven.”

De sterke groeiverwachting voor de sector is gebaseerd op een aantal factoren, zoals groeiende bevolkingen in opkomende markten en significante investeringen in alternatieve vormen van energie, zoals wind, zon en waterstof, en in systemen voor energieopslag en -overdracht. Door de verschuiving naar elektrisch transport zijn er investeringen nodig in nieuwe fabrieken, productielocaties voor batterijen en laadinfrastructuur. Gebouwen zullen naar verwachting niet alleen een betere CO2-voetafdruk moeten krijgen, maar zullen in regio’s met een groter rampenrisico ook betere afweersystemen tegen zeewater en overstromingen en betere riolerings- en afvoersystemen nodig hebben om bestand te zijn tegen frequenter extreem weer.

Tegelijkertijd hebben overheden in veel landen plannen voor grote openbare investeringen in grote infrastructuurprojecten. Hiermee willen ze zowel de economische activiteit na de coronacrisis als de transitie naar een koolstofarme economie stimuleren. In de VS ligt er een infrastructuurpakket van meer dan $ 1 biljoen klaar voor alle denkbare infrastructuur, van bruggen en wegen tot breedband-, water- en energiesystemen. Tegelijkertijd zijn er plannen aangekondigd, om te investeren in een aantal grote infrastructuurprojecten in de hele wereld in 2022, in reactie op China’s ambitieuze Belt And Road Initiative. Dit initiatief zou kunnen reiken van Oost-Azië tot aan Europa. Vier landen – China, India, VS en Indonesië, worden verwacht een aandeel van bijna 60% te hebben in de wereldwijde groei van de constructie gedurende het komende decennium.

Nadelen van de bouwboom
De verwachte boom brengt naast voordelen ook specifieke uitdagingen met zich mee. Op de middellange termijn kunnen plotselinge vraagpieken supply chains nog meer onder druk zetten en bestaande tekorten aan materialen en geschoolde arbeidskrachten verergeren. Dit kan weer leiden tot de uitloop van planningen en tot kostenoverschrijdingen. Daarnaast moeten veel spelers in de branche mogelijk sneller efficiëntie- en kostenbesparingsmaatregelen gaan implementeren als hun winstmarges zijn geraakt tijdens de corona-economie. Dit kan ten koste gaan van kwaliteits- en onderhoudsniveaus en kan de foutgevoeligheid vergroten. Uit een analyse van AGCS blijkt dat ontwerpgebreken en slecht vakmanschap een van de belangrijkste oorzaken zijn van bouw- en engineering-verliezen. Deze zijn goed voor circa 20% van de waarde van bijna 30.000 onderzochte claims in de sector tussen 2016 en eind 2020.

De sterkere focus op duurzaamheid en net zero zal van grote invloed zijn op het traditionele risicolandschap in de bouwsector. Volgens het VN-Milieuprogramma zijn gebouwen en de bouwsector goed voor 38% van alle energiegerelateerde CO2-uitstoot. Om de CO2-uitstoot te verlagen, moeten bestaande gebouwen worden gerenoveerd en een nieuwe bestemming krijgen. Daarnaast moeten er in relatief korte tijd binnen de hele markt nieuwe materialen en bouwmethoden worden geïntroduceerd. Dit brengt een verhoogd risico op gebreken met zich mee, of kan onverwachte gevolgen hebben op veiligheids-, milieu- of gezondheidsgebied. Zo wordt er de laatste jaren steeds meer hout gebruikt in de bouw, een duurzaam en kostenefficiënt materiaal. Dit heeft echter ook gevolgen voor het risico op brand- en waterschade. De claimanalyse van AGCS laat zien dat incidenten met brand en explosies de afgelopen vijf jaar al goed waren voor ruim een kwart (26%) van de waarde van bouw- en engineering-claims – de meest kostbare oorzaak van verliezen.

Opschaling van schone energie – de risico’s van hernieuwbaar
De uitbreiding van schone energie brengt ook nieuwe risico’s met zich mee. Offshore-windprojecten nemen toe in omvang. Ze komen verder op zee en in diepere wateren te liggen, waardoor de kosten van vertragingen of reparaties ook toenemen. Offshore-windmolenparken en ook onshore-wind- en zonneprojecten kunnen te maken krijgen met serieverliezen. Een ontwerp- of productiefout in bijvoorbeeld een turbine kan gevolgen hebben voor een groot aantal projecten. Ook zijn er grote claims geweest naar aanleiding van gebrekkige funderingen in zonneparken en zonnefarms. Onderzeese kabels wegen duizenden tonnen en moeten door speciale schepen worden gelegd, en reparaties hieraan kunnen meer dan een jaar duren. Eén offshore-convertorstation kan al $ 1,5 miljard kosten, wat vergelijkbaar is met een olieplatform. Een brand of explosie waarbij een convertor betrokken is, zoals recentelijk in China, kan een total loss tot gevolg hebben.

‘Door de enorme investeringen in groene energie staan er grotere bedragen op het spel. En door de snelle implementatie van prototype-technologie, -bouwmethoden en -materialen is er nauwere samenwerking nodig tussen interne acceptatie-, claim- en risico-engineering-afdelingen, en tussen verzekeraars en hun cliënten’, aldus Olivier Daussin, Construction Underwriting Lead in het internationale Energy & Construction-team van AGCS.

De twee gezichten van modulair bouwen
Uiteindelijk hebben moderne bouw- en productiemethoden het potentieel om de bouw radicaal te transformeren, waarbij er meer risico wordt geëxternaliseerd en er meer gebruik wordt gemaakt van technologie. Vooral modulair bouwen brengt veel voordelen met zich mee, zoals gecontroleerd kwaliteitsmanagement in de fabriek, minder bouwafval, een halvering van de bouwtijd ten opzichte van traditionele methoden, en minder verstoring van de omgeving. De zorgen over herhaaldelijke verliezen worden echter ook groter. ‘Bij modulaire methoden en prefabmethoden is er een groter risico op serieverliezen, omdat een onderdeel waarbij fouten worden ontdekt, al in meerdere projecten gebruikt kan zijn’, aldus Daussin.

Het tekort aan geschoolde arbeidskrachten in de bouwsector zal de trend in de richting van externe productie en automatisering waarschijnlijk nog verder versterken. Tegelijkertijd leidt de digitalisering van de bouw tot meer cyberblootstelling, waartegen engineering- en bouwbedrijven zich beter zullen moeten wapenen. Momenteel worden de talloze betrokken partijen op een bouwterrein met elkaar verbonden via diverse gedeelde IT-platformen, wat hen kwetsbaarder maakt. Er zijn allerlei cyberrisico’s: kwaadaardige pogingen om toegang te krijgen tot gevoelige gegevens; verstoring van de beheersystemen van projectlocaties en de diefstal die daarmee gepaard gaat; verstoring van de supply chain; en beschadiging van projectontwerpgegevens. Al deze risico’s kunnen leiden tot vertragingen en uiteindelijk tot reputatieschade voor de betrokken partijen.

Bouwlocaties beter beschermen tegen natuurrampen en waterschade
De uitstoot van broeikasgassen moet omlaag. Dit zal niet alleen leiden tot duurzamere bouwmethodes voor woningen, bedrijfspanden en infrastructuur, maar kan deze trend ook nog verder versnellen doordat de branche op zoek is naar meer efficiëntie en een zo laag mogelijke afvalproductie. Er moet ook beter naar bouwlocaties gekeken worden om de gevolgen van klimaatgerelateerde gebeurtenissen te beperken, zoals bosbranden, plotselinge overstromingen en aardverschuivingen. De claimanalyse van AGCS laat zien dat natuurrampen nu al de op één na kostbaarste oorzaak van verliezen in de bouw zijn, na branden en explosies. In de afgelopen vijf jaar waren deze goed voor 20% van de claimwaarde.

Ondertussen blijft waterschade een belangrijke bron van verliezen tijdens bouwprojecten. AGCS heeft diverse verrassend grote verliezen geconstateerd die voortkwamen uit het feit dat lekken in brandblussystemen of andere systemen met stromend water niet werden gedetecteerd, of zich voordeden buiten kantooruren, in het weekend of op momenten waarop er geen personeel aanwezig was op locatie. Systemen voor lekdetectie en watermonitoring kunnen de frequentie en de ernst van waterschade verminderen en zodoende kostbare reparaties en projectvertragingen voorkomen.