In de peiling: Ook in Nederland komt er voor de (groot)zakelijke risico’s een ‘harde markt’ aan!

 

In de nieuwsbrief van afgelopen dinsdag stond een artikel over de ontwikkelingen op de Amerikaanse (groot)zakelijke verzekeringsmarkt, waarin werd aangekondigd dat in 14 van de 25 businesslines Amerikaanse ondernemingen voor het komende jaar rekening moeten houden met een (verdere) premieverhoging (bron: Marketplace Realities 2019-rapport van Willis Towers Watson). Aanleiding voor de premiestijgingen vormen de grote schades die vorig en dit jaar zich hebben voorgedaan voor met name de property & casualty-markt. Gaat deze trend ‘de plas’ over en krijgen wij ook in ons land na vele jaren met een ‘harde markt’ te maken en dus met premieverhogingen. We zijn benieuwd naar uw reactie. Vul de poll hieronder in of ga naar de website www.riskenbusiness.nl.

Ook in Nederland komt er voor de (groot)zakelijke risico’s een ‘harde markt’ aan!

 Bedankt voor uw medewerking

Uitkomst vorige stelling: PIV BGK-regeling zou opgeheven moeten worden: Evenveel voor- als tegenstanders

De PIV BGK-regeling zou opgeheven moeten worden! Zo luidde de stelling in de nieuwsbrief van vorige week.  Aanleiding vormde de discussie die publiekelijk was ontstaan over de PIV-BGK-regeling, waarin tussen bij de letselschaderegeling betrokken partijen over de vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Uit de uitkomst van de poll blijkt dat niet alleen brancheorganisaties zoals enerzijds ASP en anderzijds PIV en NLE hieromtrent lijnrecht tegenover elkaar staan. Ook de lezers van de nieuwsbrief zijn hierover verdeeld.

Opmerkelijk is dat onder de vele respondenten eenzelfde aantal voor- als tegenstanders zitten. Zo is bijna 47% – 46,88% om precies te zijn – het eens met de stelling dat de PIV BGK-regeling opgeheven moeten worden, omdat de regeling de vergoeding van de belangenbehartiger niet koppelt aan zijn/haar werkzaamheden maar aan de omvang van de schade, wat een ongewenste financiële prikkel met zich meebrengt. Precies hetzelfde percentage is het echter oneens met de stelling, omdat de regeling vertraging voorkomt vin de afwikkeling doordat er niet bij elk dossier moet worden onderhandeld over de buitengerechtelijke kosten. De overige respondenten – 6,25% – geeft aan het deels eens te zijn met de stelling. Er moet in hun ogen wel een PIV-regeling blijven, maar die moet wel zo worden aangepast dat er voor belangenbehartigers geen ongewenste financiële prikkel meer is.