DNBulletin: Kwart Nederlanders deelt betaaldata in ruil voor diensten

Een kwart van de Nederlanders heeft het afgelopen jaar toestemming gegeven voor het gebruik van hun betaalgegevens in ruil voor de levering van nieuwe diensten op basis van deze data, zo blijkt uit een enquête van DNB onder het Nederlandse publiek. Het is vooral de eigen bank die hiervoor toestemming kreeg; andere bedrijven – zoals grote technologiebedrijven – kregen slechts mondjesmaat toestemming. Deze uitkomst past bij het hoge publieke vertrouwen in banken. Betaalgegevens worden als zeer privacygevoelig ervaren, ook in vergelijking met andere soorten data.

De in 2019 herziene richtlijn betaaldiensten PSD2 beoogt de innovatie, concurrentie en veiligheid op de Europese betaalmarkt te vergroten, door huidige én nieuwe dienstverleners aan te moedigen om nieuwe typen diensten te ontwikkelen en aan te bieden. Een van die nieuwe typen betaaldiensten betreft rekeninginformatiediensten. Bij rekeninginformatiediensten maken betaaldienstverleners gebruik van de informatie die afleidbaar is uit de transactiegegevens van iemands betaalrekening. Denk bijvoorbeeld aan een overzicht van uitgaven en inkomsten, waardoor rekeninghouders beter inzicht krijgen in hun financiële situatie. Expliciete toestemming van de rekeninghouder is nodig om inzage te krijgen in de betaaldata. 

Kwart stemt in met gebruik betaaldata

In het eerste jaar dat PSD2 van kracht was gaf een kwart van de ondervraagde Nederlanders toestemming voor het gebruik van hun betaalgegevens in ruil voor nieuwe diensten. Jongeren zijn sterker geneigd toestemming te verlenen dan ouderen. Consumenten geven aan vooral de bank van hun belangrijkste betaalrekening toestemming te hebben gegeven (Figuur 1). Maar een klein deel verleende toegang aan andere partijen. Zo gaf slechts 2% toestemming aan grote technologiebedrijven zoals Apple, Facebook en Google. Banken lijken dus een sterke concurrentiepositie te hebben op deze nieuwe markt.  

Figuur 1 – Eigen bank krijgt vaakst toestemming voor gebruik betaaldata
Aandeel van het totale aantal respondenten dat in het eerste PSD2-jaar toestemming gaf 

Een belangrijke reden voor de sterke concurrentiepositie van banken bij het aanbieden van diensten gebaseerd op het gebruik van betaaldata is dat consumenten meer vertrouwen hebben in hun eigen bank dan in andere partijen. Het vertrouwen in de bank van de belangrijkste betaalrekening is het hoogst: gemiddeld 3,4 op een schaal die loopt van 1 “zeer weinig vertrouwen” tot 5 “zeer veel vertrouwen”. Bigtechs zijn er bijvoorbeeld nog niet in geslaagd om het vertrouwen te krijgen van consumenten. Zij scoren gemiddeld een 1,9. 

Verklaring: betaalgegevens zijn erg privacygevoelig

Respondenten is gevraagd aan te geven hoe privacygevoelig bepaalde informatie is op een schaal van 1 (niet privacygevoelig) tot 7 (zeer privacygevoelig). Nederlanders vinden betaalgegevens over aankopen, betalingen en geldopnames erg privacygevoelig, ook in vergelijking met andere datasoorten zoals zoekgedrag op internet en locatiegegevens van de smartphone (zie Figuur 2). Betaalgegevens scoren qua privacygevoeligheid net iets lager dan gegevens over bezit en schulden en gezondheidsgegevens. Persoonlijke identificatiegegevens worden als het meest privacygevoelig ervaren. Dat betaalgegevens privacygevoelig zijn verklaart waarom consumenten terughoudend zijn in het verlenen van toestemming voor het gebruik van deze data door bedrijven waar zij weinig vertrouwen in hebben. 

Figuur 2 Betaalgegevens worden als heel privacygevoelig ervaren
Antwoordaandelen

Bron: CentERpanel 2020. Toelichting: 2559 respondenten. De gemiddelde privacy gevoeligheid staat tussen haakjes achter de datasoort.

Beperkte groei onder nieuwkomers verwacht

De bereidheid om nieuwkomers op de betaalmarkt het komende jaar toegang te geven tot betaaldata in ruil voor PSD2-diensten blijft waarschijnlijk beperkt. Respondenten is gevraagd naar de kans dat zij verschillende typen betaaldienstverleners hiervoor het komende jaar toestemming geven. De gemiddelde kans is het hoogst voor banken waar respondenten hun belangrijkste betaalrekeningen hebben (26%), gevolgd door andere banken waar zij al klant van zijn (11%) en het laagst voor webwinkels, grote technologiebedrijven, banken waar zij geen klant van zijn en kredietverstrekkers (in alle gevallen: 2%). 53% vult bij alle typen aanbieders een kans van 0% in. Deze respondenten willen zeker aan geen enkele partij toestemming verlenen. 

Deze uitkomsten wijzen op slechts een beperkte potentiële groei van het gebruik van PSD2-diensten aangeboden door niet-bancaire betaaldienstverleners in het tweede jaar dat PSD2 in Nederland van kracht is, en zij geven aan dat de concurrentiepositie van banken naar verwachting sterk blijft. Opvallend is wel dat een groot deel van de Nederlanders nog geen nieuwe diensten is aangeboden; niet door banken en ook niet door andere bedrijven. De houding van deze consumenten kan nog veranderen als dit wel gebeurt. Wat ook kan bijdragen aan verdere groei is om consumenten meer controle te geven over het gebruik van hun eigen data en beter inzicht te bieden, zodat het vertrouwensprobleem kan verminderen en zij zelf meer de vruchten plukken van het datagebruik. Daarnaast blijft veilige omgang met de data belangrijk aangezien er veel waarde wordt gehecht aan de privacy van betaalgegevens.