Arbeidsmarkt nog krapper in eerste kwartaal

De spanning op de arbeidsmarkt is in het eerste kwartaal van 2022 verder toegenomen. Stonden er in het laatste kwartaal van 2021 nog 106 vacatures tegenover elke 100 werklozen, een kwartaal later is dat opgelopen tot 133 per 100. De toegenomen krapte is het resultaat van een aanhoudende groei van het aantal vacatures (met 59.000) en een verdere daling van het aantal werklozen (met 32.000). Het aantal banen nam toe met 127.000 naar een recordhoogte van ruim 11 miljoen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Eind maart stonden er 451.000 vacatures open, 59.000 meer dan aan het einde van het vierde kwartaal. Hiermee is de toename sterker dan in de twee kwartalen ervoor, en wordt het record van het vorige kwartaal (392.000) overtroffen.Net als in voorgaande kwartalen stonden de meeste vacatures open in de handel (90.000), de zakelijke dienstverlening (74.000) en de zorg (61,000). Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures.

Vacatures meest gegroeid in de horeca

Aan het einde van het eerste kwartaal stonden bij alle bedrijfstakken meer vacatures open dan in het kwartaal ervoor. Na een krimp in het vierde kwartaal van 2021, toen eind december nog een lockdown gold, groeide het aantal vacatures met 15.000 het hardst in de horeca. In de zakelijke dienstverlening en de zorg nam in het eerste kwartaal het aantal vacatures ook sterk toe (met respectievelijk 11.000 en 6.000).

Recordaantal ontstane vacatures

In het eerste kwartaal ontstonden er 418.000 nieuwe vacatures, 43.000 meer dan het kwartaal ervoor en 41.000 meer dan het vorige record in het derde kwartaal van 2021. Er werden 6.000 vacatures meer vervuld (inclusief vervallen vacatures), waardoor het record van het vorige kwartaal (353.000) werd overtroffen. In het eerste kwartaal waren er 360.000 vervulde en vervallen vacatures.

De vacaturegraad, die in het vierde kwartaal gelijk bleef in vergelijking met het kwartaal ervoor, nam in het eerste kwartaal van 2022 toe tot 51 vacatures per duizend banen van werknemers. Met 112 vacatures op duizend werknemersbanen verdubbelde de vacaturegraad in de horeca. Niet eerder werd er in enige bedrijfstak een vacaturegraad gemeten boven de 100. De informatie en communicatie had met 91 vacatures per duizend banen ook een bovengemiddelde vacaturegraad. In het onderwijs bleef de vacaturegraad met 19 onveranderd. Opnieuw had deze bedrijfstak de laagste vacaturegraad.

Aantal banen stijgt weer fors

Het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam in het eerste kwartaal met 127 duizend toe naar een recordhoogte van 11,244 miljoen (1,1 procent). In het vierde kwartaal van vorig jaar was de groei minder groot (+66 duizend). Het aantal banen lag daarmee 358.000 hoger dan in het eerste kwartaal van 2020 (10,887 miljoen).

Het aantal werknemersbanen steeg met 102.000, een toename van 1,2%. Het totaal aantal werknemersbanen kwam daarmee uit op 8,83 miljoen. Dit zijn er meer dan ooit tevoren.
Het aantal banen van zelfstandigen nam toe met 26.000 (1,1%) en kwam daarmee ook op het hoogste punt ooit bereikt (2,42 miljoen). Ruim 1 op de 5 banen is een zelfstandigenbaan.

Uitzonderlijke banengroei bij uitzendbureaus

Bij de uitzendbureaus kwamen er 57.000 werknemersbanen bij in het eerste kwartaal, een stijging van liefst 7,6%. Dit is de grootste toename in de afgelopen 26 jaar. In de beschikbare tijdreeks is alleen de toename in het vierde kwartaal van 1995 groter (11,3%). Door dit herstel is de uitzendbranche weer terug op het niveau van voor corona.

Het aantal banen in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (exclusief de uitzendbureaus) nam toe met 20.000. Andere stijgingen kwamen voor in de zorg (+15.000), in de handel, vervoer en horeca (+12.000) en het onderwijs (+10.000). Alleen in de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij was er een daling (-3.000). In de verhuur en handel van onroerend goed bleef het aantal banen gelijk.

Werknemers en zelfstandigen werkten in het vierde kwartaal van 2021 in totaal ongeveer 3,6 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden, 4,0% meer dan een kwartaal eerder.

Opnieuw meer flexibele en vaste werknemers

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 2,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 25,000 meer dan een kwartaal eerder. Ondanks een stijging in de afgelopen drie kwartalen zijn dit er nog altijd iets minder dan bij het begin van de coronacrisis. Ook het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie steeg verder met 37 duizend en bedroeg 5,3 miljoen. Het aantal zelfstandigen kwam in het eerste kwartaal van dit jaar uit op 1,5 miljoen, een toename met 21.000 ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze toename betreft alleen zzp’ers..

Werkloosheid verder gedaald

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 338.000 mensen werkloos, 3,5%t van de beroepsbevolking. De werkloosheid bereikte hiermee een laagterecord in de reeks met kwartaalcijfers vanaf 2003. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2021 daalde het aantal werklozen met 32.000. Bij 25- tot 45-jarigen en 45- tot 75-jarigen daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal naar respectievelijk 2,8 en 2,4% en bij jongeren naar 7,3%.

De ontwikkeling van de werkloosheid (-32.000 personen) in het eerste kwartaal van 2022 is het resultaat van een aantal stromen op de arbeidsmarkt. Aan de ene kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan er werkenden werkloos raakten. Hierdoor daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal met 63.000.

Aan de andere kant groeide de werkloosheid doordat het aantal mensen dat zonder direct resultaat op zoek ging naar werk (van niet-beroepsbevolking naar werkloos) groter was dan het aantal mensen dat stopte met zoeken en/of niet beschikbaar was (van werkloos naar niet-beroepsbevolking). Per saldo was er in het eerste kwartaal een toestroom van 31.000 werklozen vanuit de niet-beroepsbevolking.

Aantal langdurig werklozen afgenomen

Het aantal langdurig werklozen, degenen die al een jaar of langer op zoek zijn naar werk, bedroeg 83.000 in het eerste kwartaal van 2022. Een kwartaal eerder waren dat er 91.000. Hiermee is de langdurige werkloosheid sinds het eerste kwartaal van 2021 vrijwel voortdurend gedaald. Het percentage van alle werklozen die een jaar of langer op zoek zijn naar werk nam licht af: van 25% in het vierde kwartaal van 2021 naar 24% in het afgelopen kwartaal.

Onbenut arbeidspotentieel verder afgenomen

De werkloosheidscijfers volgens de ILO-definitie omvatten niet alle mensen zonder werk die recent naar werk hebben gezocht of die direct zouden kunnen beginnen. Bovendien blijven deeltijdwerkers die meer uren willen werken buiten beschouwing. Het CBS brengt ook deze deelgroepen van het zogenoemde onbenut arbeidspotentieel in kaart.

In het eerste kwartaal van 2022 bestond het onbenut arbeidspotentieel uit 1,1 miljoen mensen, 75 duizend minder dan een kwartaal eerder. Daarmee is het onbenut potentieel voor het zevende achtereenvolgende kwartaal gedaald. In het tweede kwartaal van 2020, bij het uitbreken van de coronacrisis, nam het potentieel met ruim een kwart miljoen nog uitzonderlijk sterk toe. Vervolgens zette echter een daling in. Hierdoor was afgelopen kwartaal het onbenut potentieel 169 duizend lager dan in het eerste kwartaal van 2020, vlak voor de coronacrisis.

Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit vier deelgroepen. Het ging in het eerste kwartaal naast 338.000 werklozen om 182.000 mensen die direct beschikbaar waren voor werk, maar niet recent hebben gezocht, en om 119.000 mensen die niet beschikbaar waren, maar wel hebben gezocht. Deze twee groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. De vierde groep bestaat uit 491.000 onderbenutte deeltijdwerkers. In tegenstelling tot de andere groepen hebben zij wél betaald werk. Zij geven aan in deeltijd te werken, meer uren te willen werken en hier ook direct beschikbaar voor te zijn.

De daling van het onbenut arbeidspotentieel in het eerste kwartaal van 2022 ten opzichte van een kwartaal eerder is deels het gevolg van een daling van het aantal werklozen (-32.000). Daarnaast daalde ook het aantal personen dat direct beschikbaar is maar niet heeft gezocht in deze periode (-27.000) en het aantal onderbenutte deeltijdwerkers (-19.000). Het aantal mensen dat gezocht heeft naar werk, maar hiervoor niet beschikbaar is, nam licht toe in vergelijking met een kwartaal eerder (+3.000).