Regionale Brede Welvaart in Nederland stabiel, wonen onder druk

De brede welvaart in Nederland ‘hier en nu’ is in 2020 op alle aspecten gelijk gebleven of toegenomen, alleen op het onderdeel wonen is de brede welvaart afgenomen. De vier grote steden scoren relatief laag, ondanks het gemiddeld hogere opleidingsniveau van hun inwoners en de gemiddeld korte afstand tot voorzieningen. In het oosten van Noord-Brabant liggen de gemeenten die op de meeste aspecten van brede welvaart hoog scoren. In het noordoosten van Groningen is de brede welvaart ‘hier en nu’ in meerdere opzichten laag. Dit blijkt uit de regionale Monitor Brede Welvaart 2021 van het CBS.

Het CBS meet sinds 2020 de brede welvaart op regionaal niveau, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. In deze monitor worden 42 indicatoren gebruikt om de brede welvaart ‘hier en nu’ en ‘later’ in kaart te brengen voor gemeenten, provincies en COROP-gebieden. Samen geven deze indicatoren een breed beeld van de staat en ontwikkeling van de regionale kwaliteit van leven. De regionale Monitor Brede Welvaart is een nadere uitwerking van de Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals die het CBS sinds 2018 maakt.

Brede welvaart ‘hier en nu’ gaat over de kwaliteit van leven en van de omgeving waarin mensen leven. Dit betreft ervaren welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu. Brede welvaart ‘later’ betreft de sociale, economische, menselijke en natuurlijke hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om hetzelfde niveau van brede welvaart te kunnen bereiken als de huidige generatie.

Brede welvaart wonen neemt af

Op de meeste thema’s is de brede welvaart ‘hier en nu’ stabiel of stijgend. Op het onderdeel wonen wijzen in de meeste gemeenten, provincies en COROP-regio’s een of meerdere indicatoren juist op een daling van de brede welvaart. De afstand tot voorzieningen (waaronder basisscholen, cafés en sportterreinen) neemt gemiddeld toe, en de tevredenheid met de woning en de woonomgeving neemt af.

De grootste verschillen in brede welvaart zijn te zien tussen de grote steden en het platteland. De grote steden staan bij veel indicatoren onderaan de ranglijst van de regionale brede welvaart. Stedelingen hebben gemiddeld genomen een minder goede gezondheid, een lager doorsnee besteedbaar inkomen, een minder veilige en schone leefomgeving en minder sociale cohesie. Daar staan voordelen tegenover zoals een hoger opleidingsniveau, kortere afstand tot voorzieningen en minder overgewicht.
In de meeste gemeenten is de brede welvaart hoog op bepaalde aspecten, maar daarentegen laag op andere punten. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld laag scoren op inkomen, maar hoog op nabijheid van voorzieningen of het areaal natuur- en bosgebied.

Laag in Groningen, hoog in het oosten van Noord-Brabant

In het noorden en oosten van de provincie Groningen is de brede welvaart ‘hier en nu’ in meerdere opzichten relatief laag. Gemeenten zoals Veendam, Midden-Groningen en Oldambt staan wat betreft veel indicatoren onderaan de ranglijst. Deze gemeenten hebben naar verhouding een laag doorsnee besteedbaar inkomen, slechtere gezondheid, lagere arbeidsparticipatie en relatief hoge werkloosheid, relatief grote afstand tot voorzieningen (basisscholen, cafés, openbaar groen) en lager vertrouwen in instituties en in andere mensen.


In Zuidoost-Brabant en Noordoost-Brabant is de brede welvaart ‘hier en nu’ van gemeenten vaak hoger dan in veel andere gemeenten. Hetzelfde geldt voor de brede welvaart ‘later’. Ook in delen van Drenthe, Friesland, Overijssel, Gelderland, Noord- en Zuid-Holland zijn de brede welvaart ‘hier en nu’ en ‘later’ relatief hoog. Gemeenten met de hoogste brede welvaart ‘hier en nu’ zijn Castricum in Noord-Holland, Voorschoten en Teylingen in Zuid-Holland, en Vught in Noord-Brabant.