Raymond Bothof (Context): Helft ondernemingen onvoldoende verzekerd voor bedrijfsschade

0

 

Ongeveer de helft van de ondernemingen in het MKB is onvoldoende verzekerd tegen de gevolgen van bedrijfsschade na een brand. Dat stelde Raymond Bothof van Context tijdens een expertsessie Risicomanagement op het Zakelijk Platform van brancheorganisatie Adfiz. Als oorzaken voor de onderverzekering noemde hij onder meer dat niet alle bedrijfsrisico’s of niet alle bedrijfsonderdelen zijn meeverzekerd of dat het verzekerde belang te laag is of de uitkeringstermijn te kort.

Bothof verwees in zijn presentatie onder meer naar een onderzoek van de Rabobank, waaruit o.a. naar voren komt dat brand de grootste bedreiging vormt: 50% van de bedrijven is volgens dat onderzoek binnen twee jaar na een brand alsnog failliet. Gevraagd naar wat MKB-ondernemers in Nederland als hun voornaamste bedrijfsrisico’s ervaren, kwam de volgende Top-3 uit de bus: fraude, aansprakelijk gesteld worden en cybercriminaliteit. Hieruit komt derhalve naar voren dat ondernemers de gevolgen van een brand schromelijk blijken te onderschatten, zeker gezien de genoemde grote kans op een faillissement.

Brandrisico onderschat

Het brandrisico blijkt onderschat te worden. Het hoge percentage in de steekproef van de Rabobank wordt veroorzaakt doordat ongeveer de helft van de bedrijven onvoldoende verzekerd is voor het bedrijfsschaderisico.  In dit verband wees Bothof onder meer op de valkuilen van het verzekerde belang. Zo wordt volgens hem hierbij te vaak naar het verleden gekeken en te weinig naar de toekomst. Ook kan het verzekerde bedrag te laag worden vastgesteld, omdat naast de vaste kosten onvoldoende rekening wordt gehouden met de overige kosten, die zeker bij een kortdurende bedrijfsonderbreking niet altijd (volledig) wegvallen.

Als andere valkuilen noemde Bothof de naverrekening, waardoor veelvuldig onderverzekering voorkomt omdat er ten onrechte op wordt vertrouwd dat de verzekerde som correct is, en de ‘premieangst’, waardoor om financiële redenen wordt gekozen om alleen de vaste kosten te verzekeren en/of maximaal gebruik te maken van de ‘30% (increase/decrease) clausule’.

Risicomanagement

Bothof benadrukt dat een goede aanpak begint met risicomanagement. Bijvoorbeeld door uit te gaan van zowel een realistische hersteltermijn van het pand (vergunningen) als van de vervangingstermijn van machines. Van belang is volgens hem ook een antwoord op de vraag in hoeverre klanten en leveranciers trouw (kunnen) blijven aan het bedrijf en hoe weerbaar en veerkrachtig de eigen organisatie is na een calamiteit. “Ken uw klant”, zo hield hij het intermediair voor. “In welke branche(s) zijn ze actief? Welke innovaties spelen er? Is er sprake van veranderde productiemethoden en/of zijn er verwevenheden met andere ondernemingen? Relevante vragen zijn daarnaast of er meerdere locaties/vestigingen zijn en wat de afzonderlijke karakteristieken daarvan zijn. En of er uitwijkmogelijkheden zijn, in– en extern, in geval van een calamiteit. Kijk ook goed naar eventuele samenloop met andere verzekeringen.”

Checklist

Aan de hand van sprekende voorbeelden uit de praktijk legde de bedrijfsschade-expert zijn aandachtig gehoor uit hoe je als adviseur de regierol kunt pakken en er zo mede voor kunt zorgen dat met een gedegen verzekeringspakket een bedrijf een calamiteit overwint. Met het oog daarop besprak hij een praktische tien punten tellende checklist:

  • Bespreek met uw klant welke risico’s hij/zij denkt te lopen (Probeer een beeld te krijgen van de weerbaarheid in geval van een calamiteit);
  • In welke branche is uw klant actief? (Bedenk welke impliciete risico’s daarmee gepaard gaan; wat is de onderneming-klant relatie?);
  • Welke bruto marge behaalt uw klant? (Controleer dit aan de hand van branchegemiddelden. Indien het afwijkt, bespreek dit met de klant);
  • Is er sprake van een stabiele onderneming met een beperkte groei?
  • Is er sprake van een onderneming met een sterke groeipotentie? (Let extra op met de bepaling van een te verzekeren som);
  • Is de organisatie verweven met andere bedrijven? (Denk aan (niet limitatief) groepsmaatschappijen, nabijgelegen bedrijven, toeleveranciers, afnemers, e.a.);
  • Is de organisatie afhankelijk van een specifieke plaats/locatie? (Bedenk welke vergunningen noodzakelijk zijn, welke andere belangen er in de nabijheid zijn bij of tegen de onderneming);
  • Is de organisatie afhankelijk van specifieke machines? (Zijn deze machines eenvoudig te verkrijgen? Wat is de levertijd? En wat is de inregeltijd voor een vlekkeloze werking?);
  • Denk verder dan de traditionele focus van brand (en water), welke onderbrekingen raken de onderneming? (IT, telecom, …);
  • Zijn er uitwijkscenario’s? Zijn deze voorbereid of slechts op papier beschikbaar?

Bij vragen en/of opmerkingen over dit artikel kunt u terecht bij Raymond Bothof: bothof@contextbv.com; 020-6760467 / 06-42721357.

Laat een reactie achter