Meijers liet vijf verzekeraars aan het woord over de ‘harde markt’: “Ook bedrijven in de transportmarkt kunnen binnenkort rekenen op een premiestijging”

Meijers heeft het initiatief genomen om een aantal verzekeraars te interviewen over de huidige harde verzekeringsmarkt. “Om om hoofdlijnen vast te kunnen stellen wat er nu aan de hand is en om de relaties tijdig en correct te kunnen informeren Aan het woord komen Robert van der Schaaf (a.s.r.), Sharon van Herel (HDI), Bastiaan Krol (Allianz), Jaap de Louw (Achmea) en Gerard van Rooijen (Nationale Nederlanden). Op de vraag of er naast de duidelijke verharding voor brand- en wagenparkverzekeringen nog andere segmenten zijn die onder de loep liggen, geeft Van Herel aan dat ook bedrijven in de transportmarkt binnenkort kunnen rekenen op een stijging van de assurantiekosten.

Van Herel: “De afgelopen tien, vijftien jaar – de periode dat we een ‘zachte markt’ kenden – is de wereld ingrijpend veranderd. Meer wet- en regelgeving, risico’s op schade zijn toegenomen én complexer geworden. Terwijl de premies juist gelijk zijn gebleven of zelfs gedaald. Als markt hebben we dit met z’n allen laten gebeuren. Nu, eindelijk, pakken we eensgezind de handschoen op om de markt weer gezond te maken. Hoe lang we hiervoor hebben? Twee, hooguit drie jaar verwacht ik. Achteraf misschien makkelijk praten, maar ik had liever gezien dat de stijgingen in kleinere stapjes waren gegaan. En ik denk dat veel bedrijven het met me eens zullen zijn.”

Van der Schaaf: “Uiteindelijk heeft alles te maken met schadelast. En die is de laatste jaren toegenomen. Als verzekeraars moeten we het rendement uit het verschil tussen premie-inkomsten en schade-uitkeringen (technisch resultaat) halen en dat lukt onvoldoende. Het resultaat staat onder druk door hogere herstelkosten en een lage rentestand. Maar ook door hagel-, wind- en wateroverlast. Grote stormen zijn allang geen incidenten meer. Het klimaat verandert, dat heeft consequenties. Elke onderneming is er bij gebaat serieus te blijven kijken naar zijn risico’s. Slechts een beperkte groep is onverzekerbaar. Uiteindelijk blijft het een kwestie van vraag en aanbod waarbij er in bepaalde situaties geen match zal zijn. Dit kan zijn omdat de klant het aanbod te duur vindt of niet bereid is noodzakelijke aanpassingen in de bedrijfsvoering aan te brengen.”

De Louw: “Uiteindelijk is een harde markt positief nieuws voor de gehele keten. Het is echt tijd, want de schademarkt is met z’n onder-tarifering niet gezond. Dat verzekeraars nu sturen op resultaat is niet vreemd. Geen enkele ondernemer kan het zich veroorloven structureel verlies te maken. Overigens is het bijstellen van een cyclus (van negatief naar positief resultaat) niet eenvoudig. Het duurt al snel twee à drie jaar om een cyclus om te buigen.Ook verzekeraars maken steeds intensiever gebruik van data om keuzes te maken in hun bedrijfsvoering. Met onze uitgebreide data kunnen we als verzekeraar trends inderdaad beter voorspellen dan vroeger. En hierop acteren. Maar transparantie en inzicht worden ook ingegeven door de eisen die aan verzekeraars worden gesteld door wet- en regelgeving. Dit moet voorkomen dat verzekeraars onverantwoorde ondernemersrisico’s nemen.

Krol: “Het resultaat op schadeverzekeringen moet gezonder. Daarbij zijn wij in een wereld van data beland en geven data-analyses ons de mogelijkheid om nieuwe dwarsverbanden te leggen. In dit geval met als doel om schadeportefeuilles in een gezonde balans te brengen. Verzekeraars zijn beter dan voorheen in staat om het resultaat per bedrijfssector vast te stellen. En daarbinnen de benodigde prijs en kwaliteit per bedrijf. Dit is een belangrijke dimensie in deze cyclus van marktverharding.Zakelijk Nederland kan niet zonder deze co-assurantiemarkt en de gehele verzekeringsketen is verantwoordelijk voor een duurzame balans tussen vraag en aanbod. Onverzekerbaarheid van specifieke bedrijven is één ding, maar een trend van onverzekerbare bedrijfssectoren is zorgelijk.”

 Van Rooijen: “Ik snap best dat ondernemers balen van de stijgende verzekeringspremies die wij genoodzaakt in rekening brengen. Ik begrijp ook dat bij onze klanten niet het gevoel leeft dat ze jaren te weinig hebben betaald. Maar de waarheid is dat het zo is. Zo werkt vraag en aanbod nu eenmaal. Ook in verzekeringen. Een correctie naar adequate condities is af en toe nodig. Ook kijkt De Nederlandsche Bank de laatste jaren steeds strenger toe. Overigens willen we individuele verzekerden, laat staan branches, bij voorkeur zeker niet uitsluiten. Als verzekeraar beoordelen we samen met het intermediair wat ervoor nodig is om een risico acceptabel te krijgen. En te houden.”  

 

 

 

 

Klik hier voor het volledige artikel en magazine:  https://www.riskenbusiness.nl/wp-content/uploads/2019/11/RB6_2019.pdf