Jaarlijkse weerschade: 277 miljoen, grotendeels door storm- en neerslagschade

Het gemiddelde bedrag dat verzekeraars sinds 2007 jaarlijks uitkeren aan weergerelateerde schade aan gebouwen en auto’s bedraagt 277 miljoen euro. “Als wij niets doen, dan kan dit bedrag toenemen met meer dan 250 miljoen euro”, benadrukt Richard Weurding, algemeen directeur van het Verbond van Verzekeraars. Dit cijfer komt uit de Klimaatmonitor die het Data Analytics Centre (DAC) van het Verbond gisteren lanceerde tijdens een webinar over de monitor. De Klimaatmonitor koppelt weersextremen als storm, hagel, neerslag en vorst aan de totale schade aan huizen, bedrijfspanden en voertuigen. Ook de lage waterstanden en natuurbranden komen aan bod. 

Net als in de voorgaande jaren heeft storm met 47% het grootste aandeel in de totale  schadelast. Deze bedroeg vorig jaar  180 miljoen euro tegen resp. 158 en 445 miljoen euro in de twee jaren daarvoor. Op de tweede plaats komt neerslagschade met 84 miljoen euro (was resp. 55 en 65 miljoen euro); het aandeel in de totale schadelast beliep vorig jaar 21,33%. Hagel zorgde vorig jaar voor 18 miljoen aan schade (was 61 resp 26 miljoen euro, aandeel 21,55%), bliksem voor 14 miljoen (was 26 resp 23 miljoen euro, aandeel 9,47%) en vorst twee jaar op rij nul (was in 2018 5 miljoen euro).

Van alle schades slokten particuliere brandschades  het grootste deel van de schadelast op: 202 miljoen euro tegen 171 miljoen en 404 miljoen euro in de twee jaren daarvoor. Zakelijke brandschades bedroegen 50 miljoen euro (was 38 miljoen en 86 miljoen euro), particuliere motorschades 33 miljoen euro (was 63 resp 55 miljoen euro), zakelijke motorschades 7 miljoen euro (7 resp 9 miljoen euro), overige particuliere schades 4 miljoen euro (was 16 resp 12 miljoen euro)  en overige zakelijke schades 2 miljoen euro (was 5 resp 10 miljoen euro).

Klimaatmonitor

“Met onze Klimaatmonitor kunnen wij laten zien hoe groot de impact is van weersextremen op consumenten, ondernemers en verzekeraars. Een extreme weersgebeurtenis beïnvloedt immers niet alleen je gevoel van veiligheid, maar brengt ook veel zorgen met zich mee door de schade die het veroorzaakt,” aldus Weurding. 

Doel van de monitor is om verzekeraars te helpen bij het beter inschatten van de risico’s op schade voor hun klanten. Verder helpt het bij de productontwikkeling of bij het geven van preventie-adviezen en accurate waarschuwingen aan klanten om de oplopende schadelast af te zwakken. “Maar we willen hiermee ook graag het debat over de kosten van klimaatverandering in een breder perspectief plaatsen”, benadrukt Weurding. “Niets doen kost nog veel meer geld. Het onderhoud van BV Nederland vraagt om een gerichte investering waardoor Nederland zich nu, maar zeker in de toekomst staande houdt.”

Noord-Brabant 

In de Klimaatmonitor is onder meer een kaart van Nederland opgenomen die helder weergeeft welke provincies het zwaarst worden getroffen door bliksem, hagel, neerslag, storm en vorst. De schade door storm, die bijna de helft van alle weergerelateerde schade veroorzaakt, is vooral groot in de kustgebieden met dichte bebouwing. Denk bijvoorbeeld aan de randstad.

Gemiddeld genomen is Noord-Brabant de provincie met de meeste weergerelateerde schade, gevolgd door Zuid-Holland. Vooral eenmalige weersextremen als een extreme hagelbui veroorzaken veel schade en zijn daardoor van grote invloed op het jaartotaal. 

Verzekeraars zien niet alles 

In de eerste editie van de monitor is gebruik gemaakt van goed vergelijkbare schadecijfers: gebouwen en auto’s. Dat betekent dat omzetschade hier nog niet bijzit. Agrarische schade kan een behoorlijke schadepost zijn, maar dat geldt ook voor verminderd transport over de grote rivieren door lage waterstanden. Daarnaast  hebben we te maken met onverzekerde schade, onder meer door een versterkte bodemdaling, overstroming van de grote rivieren, of schade aan natuur. 

“Het Data Analytics Centre van het Verbond zal deze schadesoorten in de komende jaren een plek geven in de Klimaatmonitor, omdat harde cijfers het meest tot de verbeelding spreken”, besluit Weurding. “Het DAC gebruikt daarvoor ook openbare data en inzichten van andere partijen, zoals het KNMI, Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), Centraal Bureau Statistiek (CBS),  Rijkswaterstaat en Wageningen University & Research.”