Kifid: vaste onderzoekskosten fraudeur moet worden onderbouwd

Het standaard in rekening brengen van 532 euro aan  onderzoekskosten bij de fraudeur bij bewezen verzekeringsfraude mag alleen als het bedrag door de verzekeraar nadrukkelijk onderbouwd is. Dat  stelt de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening (Kifid)  in een uitspraak in een dossier (Uitspraak 2018-228 (Bindend) (09-04-2018)

Consument heeft bij Verzekeraar een inboedelverzekering afgesloten. In januari 2017 heeft zowel Consument als zijn partner telefonisch een schade aan de bank bij Verzekeraar gemeld. Verzekeraar stelt dat Consument opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven om een financiële vergoeding te krijgen waar hij bij de ware stand van zaken geen recht op zou hebben en heeft de schadeclaim afgewezen, de persoonsgegevens van Consument opgenomen in het interne register en de onderzoekskosten van € 532,- bij Consument in rekening gebracht. Consument vordert vergoeding van de schade, doorhaling van de registratie in het interne register en kwijtschelding van de onderzoekskosten.

De Commissie is van oordeel dat de feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van een gegronde verdenking van fraude door Consument. Verzekeraar heeft zich derhalve terecht op het standpunt gesteld dat de schade van Consument niet is gedekt. Voorts vormt de fraude een gegronde reden voor Verzekeraar om over te gaan tot registratie van de persoonsgegevens van Consument in het interne register. Niet gebleken is dat deze registratie disproportioneel is. Ten aanzien van de onderzoekskosten is de Commissie van oordeel dat Consument niet kan worden gehouden tot betaling hiervan.

De door Verzekeraar gevorderde onderzoekskosten komen alleen voor vergoeding in aanmerking indien Verzekeraar op enigerlei wijze aantoont deze kosten daadwerkelijk te hebben gemaakt als gevolg van de aan Consument verweten tekortkoming. Verzekeraar heeft het door hem gevorderde bedrag van € 532,- onderbouwd met de stelling dat dit het gemiddelde bedrag aan onderzoekskosten is dat per schademelding wordt gemaakt, maar heeft niet aangetoond dat in het onderhavige geval daadwerkelijk kosten zijn gemaakt dan wel werkzaamheden zijn verricht, hoeveel uren aan werkzaamheden zijn besteed en hoe deze zijn verdisconteerd in het bedrag van € 532,-. De Commissie is van oordeel dat Verzekeraar hiermee geen begin van bewijs van de door hem gevorderde kosten heeft geleverd en deze derhalve niet bij Consument in rekening mag brengen.

De volledige uitspraak is hier te vinden:  https://www.kifid.nl/fileupload/jurisprudentie/GeschillenCommissie/2018/uitspraak_2018-228__bindend_.pdf.