Maandcolumn Enno Wiertsema: Wenselijk en uitvoerbaar

Mijn collega Ludger de Bruijn schreef het vorige week al in een bericht in de Adfiz Info: eerdaags publiceert het Ministerie van Financiën – na jarenlang overleggen, overleggen, discussiëren en debatteren – het definitieve besluit met de regels voor actieve provisietransparantie. En zoals je ongetwijfeld weet, hebben we er vanuit Adfiz continu voor gepleit dat die regels én in het belang zijn van de consument én praktisch uitvoerbaar zijn voor de adviseur.  

Hoe de tekst er in de definitieve versie precies uit ziet, is voor mij ook nog een vraag. Maar ik verwacht geen grote verrassingen meer. Afgaande op wat we wél weten en hebben gezien, heb ik er vertrouwen in dat het voor wat betreft de praktische uitvoerbaarheid wel goed komt. En ik had nooit gedacht dit ooit te zeggen, maar op een bijzondere manier heb ik er intussen wel een soort van zin in. Want hoewel ik nog steeds niet geloof dat consumenten nu opeens en masse hun adviseur het hemd van het lijf gaan vragen over de diensten waar ze allemaal recht op hebben, zie ik wél kansen voor de adviseurs die uit eigen beweging nóg nadrukkelijker en duidelijker gaan uitleggen wat ze allemaal doen voor hun klanten. En juist daarin zit de meerwaarde van onafhankelijk financieel advies.  

Het heeft ons ook geïnspireerd om tooling te ontwikkelen die de waarde van onafhankelijk advies makkelijker te begrijpen maakt. En wat voor een wereld van verschil dit is met even zelf wat dekkingen bij elkaar klikken. Niet wetend of je aan alle risico’s hebt gedacht. Of je niet teveel dekking hebt gekocht? Of je überhaupt een goede deal hebt bij die verzekeraar? Wie jou helpt als er schade is, zodat deze snel en goed afgehandeld wordt en je krijgt waar je recht op hebt? Al deze zaken moeten consumenten bij directe verzekeraars zelf regelen. Of accepteren dat het niet gebeurt. En dat verhaal gaan we graag nog duidelijker aan de consument uitleggen. 

Tegelijk blijft er één hele grote ‘maar’ in de regels voor wat betreft het belang van de consument. Een kiezel in mijn schoen die me dagelijks irriteert. Want is het niet een ontzettende misser als deze wetgeving het tot de taak van de adviessector maakt om uit te moeten leggen wat directe verzekeraars allemaal niet doen? En wat dat voor de consument betekent als hij schade heeft of er iets in zijn persoonlijke situatie verandert? Dat is toch de wereld op zijn kop. Mijn grootste zorg gaat trouwens uit naar de consumenten die niet bij een adviseur aankloppen. Wie vertelt het hen? 

Ik blijf het dan ook onbegrijpelijk vinden dat directe verzekeraars niet transparant hoeven te zijn over het ontbreken van dienstverlening bij hun product. Want aangezien een directe verzekeraar veel waardevolle diensten niet verleent, heeft die verzekeraar geen enkele prikkel om er zelf over te beginnen.  

Consumenten worden dus niet gewezen op het ontbreken van waardevolle dienstverlening. Ze worden zowel over de kosten als over de inhoud van dienstverlening van directe verzekeraars door deze nieuwe wetgeving op het verkeerde been gezet. Dat kan toch nooit de bedoeling van deze hele exercitie zijn geweest? En aangezien niets erop wijst dat dit in de definitieve tekst opeens wél geregeld wordt, zullen directe verzekeraars dit zelf op moeten pakken. Zonder te jeremiëren over de wenselijkheid of uitvoerbaarheid ervan, maar omdat het in het belang is van de consument.