IUMI meldt een bescheiden verbetering in zeecascoverzekeringen


Hoewel de wereldwijde cascopremies stabiel waren, is  Rama Chandran, voorzitter van IUMI’s  Ocean Hull Committee  optimistischer. Tijdens het recente IUMI-congres  rapporteerde de  Facts & Figures Committee dat de  wereldwijde premieomzet voor zeecascoverzekeringen vorig jaar $ 6,9 miljard bedroeg, een marginale stijging van 0,2% ten opzichte van vorig jaar. ”Er zijn echter de laatste tijd aanwijzingen voor een betere  marktontwikkeling en ik heb er alle vertrouwen in dat de zeecasco-sector zich nu in  een opwaartse lijn  bevindt – hoewel de huidige verloop van het herstel laag blijft ”.

Hij vervolgt: “We beginnen aan een herstel vanuit een zeer lage en onduurzame basis, mede doordat onze sector sinds 2005 bijna elk jaar technische verzekeringstechnische verliezen heeft geleden. In wezen hebben we een steeds groter wordende kloof tussen een toenemende hoeveelheid te verzekeren tonnage en een afnemende wereldwijde premie.  De IUMI-cijfers van 2019 laten zien dat de wereldwijde premies nu zijn gestabiliseerd en hoewel het verschil nog steeds bestaat, wordt het niet zo snel groter.”

 :

Chandran is van mening dat er reden is voor voorzichtig optimisme, aangezien de cijfers voor 2019 geen rekening houden met de inkrimping van de verzekeringstechnische capaciteit in de casco-markt die pas eind 2019 en begin 2020 van kracht werd. Dit was vooral voelbaar in de Londense markt waar een ​​aantal marine syndicates zich uit de markt hebben teruggetrokken. De casco-markt blijft echter kampen met  een steeds ouder wordende – en daardoor minder waarde vertegenwoordigende – vloot in combinatie met lage nieuwbouwprijzen. Een algehele verlaging van de scheepswaarde heeft een directe invloed op de premies.

Volgens Chandran moet de impact van COVID-19 ook zorgvuldig worden gemonitord. Het gebruik van schepen in sommige sectoren is aanzienlijk verminderd en dit komt tot uiting in een ongewoon lage schadecijfers, maar dit kan van korte duur zijn: “De coronavirus-situatie heeft het voor eigenaren moeilijk gemaakt om inspecties aan boord te laten uitvoeren, reserveonderdelen veilig te stellen en het gebruikelijke onderhoud uit te voeren. Zodra de situatie genormaliseerd is, zullen we waarschijnlijk een sterke toename van het aantal uitvalclaims zien ”, zei hij.

“In  het algemeen zijn de totale loss-schades  voor alle scheepstypen afgenomen en dit is buitengewoon goed nieuws, maar we zien nog steeds een verontrustend hoog aantal grote branden aan boord, met name op containerschepen en – eerder dit jaar – op een roll on roll  off-schip die auto’s vervoerde en een zeer grote olietanker (VLCC)”, aldus Chandran, die ook  wees op de problemen met IMO2020-naleving. “Hoewel schade veroorzaakt door het wisselen van brandstof grotendeels was geëlimineerd, was er aanzienlijke reden tot bezorgdheid over een grotere hoeveelheid motorschades als gevolg van het accepteren van zogeheten off-spec low-sulphur bunkers. Eigenaren werden op de hoogte gebracht van dit probleem.”

Samenvattend zei Chandran: De markt voor zeecascoverzekeringen functioneert al vele jaren wisselvallig  en bevindt zich nu op een niveau waarop premies alleen de jaarlijks gebruikelijke schades kunnen dekken. Hoewel COVID-19 voor extra onzekerheid in onze sector heeft gezorgd, zien we tekenen van marktherstel.”