Aon’s Pensioenthermometer: Dekkingsgraden maken pas op de plaats in september


De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is teruggelopen van 96% in augustus naar 95% in september. De meevaller van ongeveer 2% door de nieuwe Prognosetafel die het Actuarieel Genootschap vorig maand publiceerde, is hierin al meegenomen. Deze meevaller wordt teniet gedaan door een verder dalende rente en de aandelenkoersen die onder druk staan. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon, wereldwijd dienstverlener op het gebied van risico-, pensioen- en gezondheidsoplossingen, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

De beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, bleef nog net stabiel op 95%. Deze dekkingsgraad ligt boven het aangepaste tijdelijke wettelijk vereiste minimum van 90%. De hogere dekkingsgraden van voor de coronacrisis zullen echter in dit gemiddelde nog vervangen worden door de huidige lagere dekkingsgraden. Het blijft daardoor de vraag of alle fondsen uit de gevarenzone zijn aan het eind van het jaar.

Rente gedaald, verplichtingen gestegen
De rente daalde in september na de opleving in augustus onder andere doordat de Amerikaanse centrale bank de rente de komende drie jaar laag gaat houden. Per saldo daalde in een maand tijd de risicovrije rente over de eerste 30 jaar met gemiddeld 10 basispunten. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, daalde naar 1,8%. Door de rentedaling en de daling van de UFR nam de waarde van de verplichtingen toe met ruim 2%. Het is de verwachting dat de pensioenfondsen direct de nieuwe prognosetafel zijn gaan toepassen. Dit heeft een positief effect van gemiddeld 2%.

Een pas op de plaats
Na een indrukwekkend herstel van de aandelenmarkten in de afgelopen maanden zorgde september voor een keerpunt. De gevierde technologiesector, die een belangrijke rol had bij dit herstel, moest het aan het begin van de maand ontgelden en corrigeerde vanaf recordhoogtes met een flinke daling. Hoewel de macro-economische cijfers tekenen van herstel lieten zien, bleven ze achter bij de verwachtingen. Om de vaart in het herstel te houden en deflatie tegen te gaan, laat de Amerikaanse centrale bank de inflatiedoelstelling vieren. De ECB hield het rentetarief ongewijzigd, maar staat onder druk om extra maatregelen te treffen. Dit had wereldwijd een drukkend effect op de rente. 

Het sentiment werd naarmate de maand september vorderde negatiever, zoals door het wetsvoorstel van UK-premier Johnson om de gemaakte afspraken met EU naast zich neer te kunnen leggen en de zorgelijke ontwikkeling van het aantal coronabesmettingen in steeds meer Europese landen. Hierdoor werden nieuwe beperkende maatregelen van kracht, die het economische herstel vertragen.Op de financiële markten daalden de wereldwijde aandelen met circa 1,9%, waarbij de aandelen van ontwikkelde markten en opkomende markten met respectievelijk 2,3% daalden en 0,4% stegen. In tegenstelling tot de afgelopen maanden zagen we een wat oplopende spread en toename van de kredietrisico’s. Binnen de vastrentende waardenportefeuille zorgde dit voor negatieve resultaten op de obligatiemarkt bij high yield en emerging market debt. De rentedaling in september had een positief effect op de rentegevoelige staatsobligaties en renteswaps, waardoor de vastrentende waardenportefeuille met 2,3% steeg. De totale portefeuille bleef per saldo nagenoeg stabiel.

Kortingsdreiging onverminderd groot
Leken pensioenfondsen net uit de gevarenzone eind augustus, gooit september met dalende rentes en klappen op de aandelenmarkten helaas weer roet in het eten. Kortingsdreigingen zullen dit jaar mogelijk nog meevallen, maar het is de vraag wat er de komende jaren gaat gebeuren. Met een gemiddelde dekkingsgraad van 95% zitten fondsen gemiddeld nog fors onder de benodigde 104%, die voor dit jaar weliswaar is aangepast naar 90%. Daarnaast krijgen de fondsen te maken met de dalende UFR, die behoorlijke impact op de dekkingsgraad zal gaan hebben. DNB heeft becijferd dat uitgaande van de stand per eind augustus een korting van 10% in 2022 dreigt.

Roep om duidelijkheid over kortingen in transitieperiode
De roep om duidelijkheid over kortingen in de transitieperiode wordt steeds luider. Minister Koolmees is daarop met een brief gekomen waarin hij aangeeft ‘onnodige’ kortingen te willen voorkomen. Minister Koolmees geeft daarin aan om kortingen vanuit het perspectief van het nieuwe stelsel te bezien. Concrete toezeggingen worden er nog niet gedaan. In de praktijk kan het betekenen dat er minder kortingen nodig zijn, volgens de minister, maar niet álle kortingen kunnen worden voorkomen

. “Wij denken dat het belangrijk is dat er snel duidelijkheid komt over de transitieperiode en hoe omgegaan wordt met kortingen”, zegt Frank Driessen, Chief Executive Officer van Aon Retirement & Investment. “Zoals Klaas Knot van De Nederlandsche Bank terecht heeft opgemerkt deze week, kan een nieuw stelsel de gevolgen van de lage rente niet ineens wegnemen. We zullen rekening moeten houden met lage rente en daardoor duurder pensioen. Het is van de belang de pijn die hierdoor veroorzaakt wordt evenwichtig te verdelen en hier goede afspraken over te maken.” Het transitiekader zal uitgewerkt worden in het consultatiedocument, dat eind oktober verwacht wordt.

Premie onder druk
De premie komt eveneens flink onder druk te staan door de huidige marktomstandigheden. Juist nu er sprake is van een crisis is er eigenlijk geen ruimte voor verhoging van de pensioenpremie. Ook hier roept minister Koolmees op om deze te bezien in het licht van het nieuwe stelsel. Hij stelt voor om de premie al vast te stellen met de projectiemethode op basis van verwacht rendement in het nieuwe stelsel. Of dit de gewenste ruimte geeft, is de vraag; veel fondsen gebruiken nu al het verwacht rendement om de premie te dempen.

Beide contracten even populair
Ondanks alle kommer en kwel als gevolg van de huidige financiële situatie zullen pensioenfondsen hun tijd nodig hebben om zich voor te bereiden op het nieuwe stelsel. Het jaar 2026 lijkt ver weg, maar de eerste ijkmomenten liggen al een stuk eerder. Zo moet op 1 juli 2023 al een concept besluit worden genomen over de nieuwe regeling (en dus ook welk contract), het invaren en de compensatie. Tijdens het Aon pensioencongres op 22 september hebben we hierover gesproken en discussie gevoerd met experts, pensioenfondsbestuurders en werkgevers. Opvallende uitkomst was dat beide contracten, te weten ‘het nieuwe ofwel doorontwikkelde contract’ en ‘de verbeterde premieregeling’ momenteel even populair lijken te zijn onder pensioenfondsbestuurders. De hoofdlijnennotitie is voornamelijk ingestoken vanuit het nieuwe contract.

  “Het is opvallend om te zien dat de helft van de pensioenfondsbestuurders de verbeterde premieregeling overweegt, zegt Driessen. “Voor de verbeterde premieregeling zijn momenteel al kostenefficiënte uitvoerders in de markt. Dit kan best een verschuiving in de markt teweeg brengen.” Belangrijke overwegingen zijn vaak begrijpelijkheid en communicatie richting deelnemers. De verbeterde premieregeling wordt vaak als eenvoudiger beschouwd, omdat de beleggingsrendementen aan het individu worden toegekend. In het nieuwe ofwel doorontwikkelde contract wordt het totale beleggingsrendement verschillend aan cohorten toebedeeld, wordt er een solidariteitsreserve geïntroduceerd en kunnen beleggingsrendementen gespreid worden over de tijd.