Rechtbank Midden-Nederland legt contra-expert Eric H. jaar gevangenisstraf op voor verduistering van bijna twee ton aan schadevergoeding voor klant; hoger beroep volgt

Eric H., contra-expert bij Krantz Polak Revolve die zich tevens profileert onder de naam Ombudsman Schadeverzekeringen, is door de Rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar wegens verduistering. Hij heeft volgens de rechtbank een schadevergoeding van €189.000 voor zijn cliënt, die door verzekeraar de Goudse abusievelijk op één van zijn zakelijke  bankrekeningen is gestort, niet aan zijn cliënt overgemaakt maar nog dezelfde dag weggesluisd naar een achttal andere bedrijfsrekeningen. H. heeft in een reactie aangegeven dat anderen gebruik hebben gemaakt van de bewuste bankrekening en gaat in hoger beroep tegen de uitspraak.

Bewijsoverweging

Uit de bewijsmiddelen blijkt volgens de Rechtbank dat het geldbedrag dat De Goudse Verzekeringen heeft overgemaakt terecht is gekomen op een bankrekening waarvan verdachte de enig wettelijk vertegenwoordiger is. “Vervolgens is het overgemaakte geldbedrag in een tijdsbestek van anderhalf uur overgeboekt naar twee andere bankrekeningen en die van bedrijven die eveneens zijn te herleiden tot de persoon van verdachte. Alle drie de bedrijven zijn te herleiden tot hetzelfde vestigingsadres. Uit onderzoek blijkt dat verdachte over alle drie de bankrekeningen als enige beschikkingsbevoegd was. Ook is er daarna geld gestort naar de privébankrekening van verdachte.”

Verdachte heeft verklaard dat ook anderen beschikkingsbevoegd zijn over zijn bankrekeningen en heeft daarbij verwezen naar zijn kinderen. De rechtbank constateert dat verdachte zijn verklaring niet nader heeft toegelicht en onderbouwd en dat uit het politieonderzoek het tegendeel blijkt.

“Het door De Goudse Verzekeringen overgemaakte geld is dus linksom en rechtsom ten goede gekomen aan de bankrekeningen waarover verdachte als enige kon beschikken. Bij deze stand van zaken acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat niet hij, maar anderen over het geldbedrag hebben beschikt, dan wel de bedragen hebben overgeboekt, niet aannemelijk. Verdachte heeft als heer en meester beschikt over het geldbedrag dat per abuis naar de bankrekening was overgemaakt waarover hij zeggenschap had. Hij heeft het geldbedrag aan het zicht onttrokken door het door te boeken naar andere bankrekeningen en heeft zo de herkomst daarvan verhuld. De rechtbank is van oordeel dat verdachte schuldig is aan verduistering en witwassen.”

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.in de periode van 20 augustus 2019 tot en met 31 december 2019 in Nederland

opzettelijk een geldbedrag ter hoogte van 189.485,75 euro, dat geheel toebehoorde aan de Goudse Verzekeringen, en welk goed verdachte ten onrechte via een op zijn bedrijfsnaam gestelde bankrekening onder zich had gekregen, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.in de periode van 20 augustus 2019 tot en met 31 december 2019 in Nederland van een geldbedrag van 189.485,75 euro, de herkomst heeft verhuld en heeft verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was, te weten de Goudse Verzekeringen, en heeft voorhanden gehad, en van (een gedeelte van) een geldbedrag van 189.485,75 euro gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel – onmiddellijk of middellijk -afkomstig was uit enig misdrijf.

Oplegging van straf

De vordering van de officier van justitie: De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: een gevangenisstraf van 12 maanden.

Het standpunt van de verdediging: “Indien de rechtbank, in weerwil van hetgeen door de verdediging is aangevoerd, komt tot een bewezenverklaring, dan geven de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding om de tijd waarin hij niet bij zijn gezin kan zijn zoveel mogelijk te beperken. Verdachte is bereid en in staat tot het verrichten van een taakstraf. Indien de rechtbank aanleiding ziet tot het opleggen van een gevangenisstraf verzoekt de verdediging om een (grotendeels) voorwaardelijke gevangenisstraf.”

Oplegging straf

De rechtbank:

– veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

Benadeelde partij

  • wijst de vordering van de Goudse Schadeverzekeringen N.V. toe tot een bedrag van € 191.591,15 (het verduisterde bedrag plus de gemaakte onderzoekskosten, red.);
  • veroordeelt verdachte tot betaling aan de Goudse Schadeverzekeringen N.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2019 tot de dag van volledige betaling;
  • veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Reactie Eric H.

Naar aanleiding van de op 30 november jl.  verschenen artikelen rond een veroordelend vonnis van de rechtbank Midden Nederland, deelt Eric H. het volgende mee:

“Gisteren was een zwarte bladzij in de historie van strafrechtspraak én het expertise vak. De strafrechter sprak een onjuist oordeel uit, zonder te beschikken over overtuigend bewijs. Iets wat je in Nederland niet verwacht. Mijn expertise collegae bleken over het algemeen nog steeds van mening dat: “wanneer het waggelt als een eend en wanneer het kwaakt als een eend, het wel een eend MOET zijn”. Ook dat acht ik onjuist

Tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland zal ik hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem. Ook heb ik besloten, met nog meer energie en inzet, om in ieder geval tot de uitspraak van het gerechtshof gedupeerden bij te staan in het verkrijgen van een eerlijk en redelijk schadevergoeding”.

De volledige uitspraak is hier te vinden:

https://linkeddata.overheid.nl/front/portal/document-viewer?ext-id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5823