Managing Director Vincent Talle blikt terug op zijn eerste lustrum bij BELFOR : Er moet een gelijk speelveld komen voor alle reconditionerings- en schadeherstelbedrijven 


 “Er moet een gelijk speelveld komen voor alle reconditionerings- en schadeherstelbedrijven”. Daarvoor pleit Vincent Talle, Managing Director bij BELFOR en BELFOR Technology, in een interview in het eind vorig jaar verschenen Risk & Business Magazine.

Hij licht dit als volgt toe: “Opdrachtgevers zijn steeds meer kwaliteitseisen gaan stellen aan de werkzaamheden van reconditionerings- en schadeherstelbedrijven. Zo moeten we onder meer ISO-, VCA- en NEN-gecertificeerd en voldoen aan de eisen van ‘ Groen Gedaan’ en de Stichting Salvage. Al die zaken kosten behoorlijk wat tijd en geld. Daar heb ik op zich  geen enkel probleem mee. Integendeel, ik juich dit zelfs toe, omdat dit uiteindelijk de kwaliteit van de dienstverlening aan opdrachtgevers en het schadeherstel bij gedupeerden ten goede komt. Maar dan moeten verzekeraars en andere opdrachtgevers wel toezien op naleving daarvan en uitsluitend zaken doen met partijen die aan al die eisen voldoen. Dat gebeurt helaas niet altijd en wordt soms gekozen voor reconditioneerders en herstellers die dit niet doen en mede daardoor goedkoper kunnen werken. Hierdoor wordt een ongelijk speelveld gecreëerd.” 

Gelijke monniken, gelijke kappen

 Talle benadrukt geen enkele moeite te hebben met een concurrentie op prijs, maar dan moet wel plaatsvinden op basis van ‘ gelijke monniken, gelijke kappen’.  “We hebben als BELFOR bewust gekozen voor een kwalitatief hoogwaardige dienstverlening en een klantvriendelijke aanpak.  In onze manier van werken gaan we dan ook van onze eigen kracht en daar hoort nu eenmaal een bepaalde prijs bij.” 

Hij vervolgt: “Ik begrijp op zich heel goed dat verzekeraars en andere opdrachtgevers hun kosten zo laag mogelijk willen houden. Maar aan de andere kant moeten zij begrip hebben voor het feit dat wij een bepaalde marge willen overhouden aan onze kostprijs. Dat hebben wij nodig om kunnen blijven investeren in onze mankracht, de opleiding van onze medewerkers, in de kwaliteit van onze dienstverlening  en in de ontwikkeling van nieuwe producten en herstelmogelijkheden. Met het oog hierop moeten opdrachtgevers zich wel realiseren dat wanneer zij continu druk blijven leggen op de prijs dit op een gegeven moment ten koste zou kunnen gaan  van de kwaliteit van de service die aan hun klanten wordt geboden.  En dat is ook niet in hun belang.”

Duurzaamheidstrend

  Met het oog op de vandaag de dag zeer actuele duurzaamheidstrend, zegt Talle: “Opdrachtgevers stellen ook op dit vlak steeds hogere eisen aan reconditioneerders, bijvoorbeeld over het opvangen van ‘vervuild’ water na  een reiniging na een brandschade. Ook hierin investeren we veel”, licht hij toe, die in dit verband ook het samenwerkingsverband aanhaalt tussen de brancheorganisaties van verzekeraars (Verbond van Verzekeraars), Schade-Experts (NIVRE), de schoonmaak- en reconditioneringsbranche (Schoonmakend Nederland) en de Stichting Salvage.

Volgens de initiatiefnemers moet duurzaam schadeherstel de norm worden bij het afhandelen van schades en met het oog daarop hebben zij een eerder dit jaar ondertekend manifest opgesteld voor toekomstig schadeherstel. Met als beoogd doel  dat duurzaam schadeherstel eind volgend jaar gemeengoed wordt in de schademarkt. “Een uitstekend initiatief “, benadrukt Vincent, die sowieso een warm pleidooi houdt voor een intensievere samenwerking tussen alle bij de schadeafwikkeling betrokken partijen. “Alleen gezamenlijk kunnen we schades snel en goed herstellen en zo de schadelast voor bedrijf en verzekeraars daadwerkelijk reduceren.”

Waardering

 Talle zegt blij te zijn met de toenemende waardering voor het reconditioneringsvak. “Aanvankelijk werden we nogal eens  oneerbiedig aangeduid als ’schoonmakertjes’. Geheel onterecht, maar aan de andere kant misschien ook niet geheel onbegrijpelijk. Wij doen het werk dat weinig mensen echt zien. Wat wij doen  gaat overigens veel verder dan reinigen alleen. Wij herstellen door brand, rook, roet of vocht aangetaste gebouwen, werkruimten, inventarissen en machines  op professionele wijze zodat zij  nadien weer ‘ zo goed als nieuw’ zijn en besparen daarmee voor gedupeerden en hun verzekeraars veel geld. Ik durf dan ook te stellen dat de reconditioneringsbranche vandaag de dag als een uiterst deskundige en professionele bedrijfstak kan worden aangemerkt.”   

Klik hier voor het volledige interview: https://www.riskenbusiness.nl/wp-content/uploads/2023/12/RB-4_23.pdf