Hypotheekbarometer Stichting BKR: Trend daling betalingsachterstanden zet zich voort


Eind oktober 2023 hadden 27.029 Nederlanders een betalingsachterstand van minimaal drie maanden op de hypotheek voor hun eigen woning en het aantal hypotheken met betalingsachterstand bedroeg 29.706.  Hiermee zet de ontwikkeling van een dalende aantal betalingsachterstanden op hypotheken door. In december 2014 had  nog 88.000 personen een betalingsachterstand op een hypotheek, drie jaar later was dat aantal gedaald naar 66.000 en in 2020 naar 38.000. Dit blijkt uit de Hypotheekbarometer, een statistisch rapport van Stichting BKR over betalingsachterstanden op eigenwoninghypotheken. Deze trend is overigens in lijn met de blijvende daling van betalingsachterstanden op consumptieve kredieten.

Peter van den Bosch, bestuursvoorzitter van Stichting BKR: “Vanaf het begin van de financiële crisis in 2008 stegen de betalingsachterstanden op hypotheken tot aan 2014, toen zagen we een kentering.  De vraag is of de daling zich zal doorzetten of dat we de bodem hebben bereikt.  We zien de instroom van mensen met een betalingsachterstand toenemen. Belangrijk om deze ontwikkeling de komende tijd goed te volgen.”

Verschillen per leeftijd en gemeente

De groep met de meeste betalingsachterstanden op de hypotheek waren de 51- 60 jarigen: 9,1 per 1.000 personen. Daarna komt de groep 41-50-jarigen (7,4), de 61-70-jarigen (5,0), de 31-40-jarigen (3,1), 71-80-jarigen (1,5), 25- 30-jarigen en 80-plussers (beide 0,4%).

Kijkend naar gemeenten heeft Lelystad procentueel de meeste inwoners met een betalingsachterstand (0,6% per 1,000 inwoners), gevolgd door Kerkrade en Pekela (beide 0,5%). Daarna volgen zes gemeenten met een betalingsachterstandpercentage van 0,4%: Schiedam, Almere, Heerlen, Almelo, Oldambt en Vlaardingen. Op plek 10 staat Den Haag (0,3%). 

Restschuld

De Hypotheekbarometer laat daarnaast zien dat ook het aantal personen met een restschuld na verkoop van de eigen woning nog steeds daalt: 13.720. Het aantal komt hiermee onder het niveau van december 2017. Sinds 2019/2020 (19.000) daalt het aantal mensen met een krediet met restschuld: naar 18.000 in 2021 en  16.000 (2022).

De afgelopen jaren is met name in de leeftijdscategorieën van 25 tot 50 jaar een sterke afname van het aantal personen met restschulden te zien. De hoogte van de restschuld is in de leeftijdscategorie van 18-30 jaar beduidend lager dan voor oudere leeftijdsgroepen. Deze is het hoogst bij 61-70-jarigen (gemiddeld 58.100 euro), gevolgd door de groep 71- tot 80-jarigen (55.000 euro), 51- tot 60-jarigen (51.200), 80 plussers (49.000 euro) en 41- tot 50-jarigen (40.300 euro).  De laagste restschuld is te vinden bij de groep 18- tot 24-jarigen (gemiddeld 15.600 euro), gevolgd door de 25- tot 30-jarigen (16.000 euro) en 31- tot 40-jarigen (32.800 euro).